Nieuws
“We wilden de reserven niet straffen door de mentaliteitscrisis van de eerste ploeg”
Coldplay zong ooit “Nobody said it was easy”, en dat is exact hoe Dirk Papanikitas er ook over denkt. Onze voorzitter heeft er een moeilijk jaar op zitten, op verschillende gebieden. Hij geeft straks de fakkel als voorzitter door en wordt opnieuw coach. “Het is tijd voor een frisse wind want ik voelde dat we te veel bleven hangen in de oude stempel.”
Voorzitter, het afgelopen jaar was een rollercoaster aan emoties. Daardoor hebben we het interview ook opgedeeld in twee stukken: het emotionele en het sportieve. Met wat zou je willen beginnen?
“(denkt even na) Begin maar met het emotionele, dan zijn we er meteen van af”
“(denkt even na) Begin maar met het emotionele, dan zijn we er meteen van af”
Het emotionele
Er was nog even hoop op beterschap bij Marc, maar uiteindelijk is hij overleden op 10 juli. Op zijn begrafenis was een massa volk. Wat deed dat met jou?
“Het heeft mij zeker veel gedaan. Voor hij overleden is, hoopte hij dat er een beetje volk was op zijn begrafenis. Als je dan ziet dat er meer dan driehonderd man was, raakt me dat en hoop ik dat hij heeft meegekeken.”
Er waren ook heel veel leden van Rood-Wit aanwezig.
“Van het huidige Rood-Wit was er heel wat volk, maar ook van de oudere generatie. Er waren zelfs mensen aanwezig die hun campingtripje hebben onderbroken om aanwezig te zijn bij de begrafenis. Zij hebben vier uur onderweg geweest om erbij te kunnen zijn.”
Binnen de eerste ploeg leefde dat ze dit seizoen iets wilden maken voor Marc, maar dat is er jammer genoeg niet van gekomen.
“Op gebied van resultaten is het, op die eerste paar weken na, misschien tegengevallen. We hebben in die eerste weken wel laten zien dat we het niveau aan konden. Daarna is er iets gebeurd en is het totaal verkeerd gelopen.”
Yannis sprak zelf dat het seizoen voor Marc nu gaat komen, met jou aan het roer. Daarin zit een speciale boodschap, denk ik.
“Het was sowieso het laatste seizoen van Marc als coach bij ons. Hij ging De Nieuwe Kroon coachen. Daarop werd besloten om Yannis, in combinatie met Yentl, de eerste ploeg te laten doen. Waarop Yannis er alleen voor is komen te staan. Het is nu een eerbetoon aan Marc dat ik de eerste ploeg terug ga leiden. Hij zou me wellicht voor gek verklaren, maar dat deed hij wel vaker (lacht).”
Je hebt zelf aangegeven dat het een ander Rood-Wit wordt zonder hem. Hoe heb jij dat dit jaar al ervaren?
“Ik heb dat vooral voor mezelf ervaren. Het was aanpassen. Vroeger gingen we op vrijdagavond en zaterdagavond iets drinken en waren we zondag op de voetbal. Voor mij was dit seizoen een heel ander seizoen. Met zijn heengaan is er ook een stukje van mij gestorven.”
Dave gaf in zijn interview ook aan dat hij overtuigd werd door jou om nog een jaartje verder te doen omdat je had aangegeven dat je er niet klaar voor was. Wanneer is dan het besef gekomen dat het voetbal wel verder gaat?
“Life goes on, zeggen ze. Marc zou het ook zo gewild hebben. Het was niet met de volle goesting. Ik had in het verleden aangegeven dat ik coach zou worden van een jeugdploeg van RVC Hoboken (daar waar Rood-Wit haar thuiswedstrijden afwerkt, red.). Door zijn wegvallen heb ik dat idee laten varen. Het ging trouwens ook niet met de werksituatie. Ik kon me er niet honderd procent voor in zetten. Als voorzitter wilde ik sowieso na dit seizoen stoppen, ik wilde van een paar zaken af omdat ik vond dat we in de oude stempel bleven hangen. Niet dat ik het zomaar zou laten vallen, maar het moest wel verder gaan voor onder andere Marc, Robert Coppens en mijn nonkel (erevoorzitter Albert De Groof, red.). Het was tijd voor frisse ideeën, het mocht niet stoppen na dit seizoen.”
“Het heeft mij zeker veel gedaan. Voor hij overleden is, hoopte hij dat er een beetje volk was op zijn begrafenis. Als je dan ziet dat er meer dan driehonderd man was, raakt me dat en hoop ik dat hij heeft meegekeken.”
Er waren ook heel veel leden van Rood-Wit aanwezig.
“Van het huidige Rood-Wit was er heel wat volk, maar ook van de oudere generatie. Er waren zelfs mensen aanwezig die hun campingtripje hebben onderbroken om aanwezig te zijn bij de begrafenis. Zij hebben vier uur onderweg geweest om erbij te kunnen zijn.”
Binnen de eerste ploeg leefde dat ze dit seizoen iets wilden maken voor Marc, maar dat is er jammer genoeg niet van gekomen.
“Op gebied van resultaten is het, op die eerste paar weken na, misschien tegengevallen. We hebben in die eerste weken wel laten zien dat we het niveau aan konden. Daarna is er iets gebeurd en is het totaal verkeerd gelopen.”
Yannis sprak zelf dat het seizoen voor Marc nu gaat komen, met jou aan het roer. Daarin zit een speciale boodschap, denk ik.
“Het was sowieso het laatste seizoen van Marc als coach bij ons. Hij ging De Nieuwe Kroon coachen. Daarop werd besloten om Yannis, in combinatie met Yentl, de eerste ploeg te laten doen. Waarop Yannis er alleen voor is komen te staan. Het is nu een eerbetoon aan Marc dat ik de eerste ploeg terug ga leiden. Hij zou me wellicht voor gek verklaren, maar dat deed hij wel vaker (lacht).”
Je hebt zelf aangegeven dat het een ander Rood-Wit wordt zonder hem. Hoe heb jij dat dit jaar al ervaren?
“Ik heb dat vooral voor mezelf ervaren. Het was aanpassen. Vroeger gingen we op vrijdagavond en zaterdagavond iets drinken en waren we zondag op de voetbal. Voor mij was dit seizoen een heel ander seizoen. Met zijn heengaan is er ook een stukje van mij gestorven.”
Dave gaf in zijn interview ook aan dat hij overtuigd werd door jou om nog een jaartje verder te doen omdat je had aangegeven dat je er niet klaar voor was. Wanneer is dan het besef gekomen dat het voetbal wel verder gaat?
“Life goes on, zeggen ze. Marc zou het ook zo gewild hebben. Het was niet met de volle goesting. Ik had in het verleden aangegeven dat ik coach zou worden van een jeugdploeg van RVC Hoboken (daar waar Rood-Wit haar thuiswedstrijden afwerkt, red.). Door zijn wegvallen heb ik dat idee laten varen. Het ging trouwens ook niet met de werksituatie. Ik kon me er niet honderd procent voor in zetten. Als voorzitter wilde ik sowieso na dit seizoen stoppen, ik wilde van een paar zaken af omdat ik vond dat we in de oude stempel bleven hangen. Niet dat ik het zomaar zou laten vallen, maar het moest wel verder gaan voor onder andere Marc, Robert Coppens en mijn nonkel (erevoorzitter Albert De Groof, red.). Het was tijd voor frisse ideeën, het mocht niet stoppen na dit seizoen.”
Bart heeft zijn organisatorisch talent aangesproken en toonde daarmee de juiste man op de juiste plek te zijn. Daardoor hebben er nog een aantal mensen zich kandidaat gesteld voor andere functies. Jeugd pakt jeugd mee. Gemotiveerde jonge mensen die aan de slag gaan, met ons in de achtergrond. We wilden ze niet voor de leeuwen gooien." |
In september vierden we ook ons 75-jarige bestaan. Er was veel volk, maar vijf man van de eerste ploeg. Was je daar toch door verrast?
“Zo’n feestje toont de binding met de club. Je kan de gasten niet verplichten om naar feestjes te komen, verplichten is gelijk aan wegjagen en dat is de bedoeling niet. Sommigen voeren hun hobby uit en staan er niet voor te springen om naar feestjes te komen. Er was weinig volk van de eerste ploeg.”
Van de reserven was er iets meer volk, maar niet om te zeggen een overrompeling.
“Nogmaals, je kan ze niet verplichten. En sommigen hadden al iets gepland. Daardoor konden ze niet aanwezig zijn.”
De dag nadien won Rood-Wit met 5-4 van Lexyss, een wedstrijd die pas in de slotfase werd beslist. Het moet ongetwijfeld een leuk weekend zijn geweest.
“De overwinning was een leuke kers op de taart. Ik heb het zelf vroeger anders geweten. We kwamen na een feestje dan wel op voorsprong, maar fysiek konden we het niet meer aan na een uur voetballen waardoor we toch de boot in gingen. Een overwinning na een feestje is altijd mooi meegenomen, maar er was ook maar vijf man van de eerste ploeg aanwezig op het feestje.”
In december kwamen er trainingspakken. Een initiatief dat kwam van een van de spelers. Hoe heb jij dat onthaald?
“Dat is een heel positief gegeven. Weet je, ik ben voorzitter geworden om mijn nonkel te vervangen. Met de rest van het financiële wilde ik mij absoluut niet moeien. Er is in het verleden intern gesproken geweest om een stuk mee te investeren vanuit de club. Toen het voorstel nu is gekomen, vroeg Matthew me of we als club tussen zouden kunnen komen. We zijn een ploeg met een budget en wat Matthew doet op gebied van financiën en sponsors aantrekken, daar doe ik mijn hoed voor af. We mogen ons als club ook niet vergalopperen. Je kan blijven geven vanuit de club, maar eens houdt dat op.”
Daardoor kwamen er wel verschuivingen in de bestuurskamer. Saskia ontdeed zich van haar functie?
“In het verleden sukkelde Saskia met gezondheidsproblemen en werd haar functie al tijdelijk overgenomen. Uiteindelijk is ze wel teruggekeerd en heeft ze mee het feest voor het 75-jarig bestaan mee in elkaar gestoken. Dat heeft ze heel goed gedaan. Bij het verhaal van de trainingspakken werd ze nu niet betrokken en besloot ze te stoppen.”
Hoe voelde dat voor jou want ze is uiteindelijk ook familie?
“Ik voelde het een beetje aankomen. We vergelijken het altijd met het vroegere Rood-Wit en daar werd enorm goed gefeest. Het verschil met nu is enorm, dan voel je jezelf minder betrokken en het zal ook nooit meer hetzelfde zijn als toen. De nieuwe garde gaat het misschien anders aanpakken.”
Dat Saskia per direct is gestopt en niet heeft gewacht op het einde van het seizoen, heeft dat je verrast?
“Neen, helemaal niet. Ik voelde dat het eraan zat te komen. Ze heeft deze beslissing genomen. Wie ben ik dan om haar beslissing tegen te gaan?”
Saskia is familie van jou. Heb jij er achteraf nog over gesproken met haar?
“We hebben het er wel over gehad. Weet je, we hebben beiden een drukke job en we willen beetje rust in het weekend. Bij haar is de feeling met de club ook een beetje verdwenen.”
Heeft ze de feeling dan verloren door haar gezondheidsproblemen?
“Dat gaat niet over een paar weken of een paar maanden, maar wel over een paar jaar en het is begrijpelijk dat daardoor de feeling wat verdwijnt. Meer kan ik er niet over zeggen.”
Intern heb je ook aangegeven dat het tijd is om je functie als voorzitter door te geven. Is daar veel reactie op gekomen?
“Op de functie als voorzitter is geen reactie gekomen. Die functie werd eigenlijk ingevuld op de algemene vergadering van een paar weken geleden. Er is met een paar mensen gesproken om de functie over te nemen en ik begrijp ook dat je als speler geen voorzitter kan zijn. Bij die functie komt heel veel kijken, maar ook Matthew en jij (doelend op Mirco die het interview afneemt, red.) doen veel.”
Ook de andere functies werden open gesteld. Was het echt de bedoeling om een frisse wind door de club te laten waaien?
“Matthew heeft zich bezig gehouden om de functies bespreekbaar te maken. Bart heeft zich geprofileerd door zijn organisatorisch talent aan te spreken en met het in orde brengen van de trainingspakken. Hij is de juiste persoon op de juiste plaats. Nadien hebben er nog een aantal mensen zich kandidaat gesteld voor andere functies. Jeugd pakt jeugd mee. Gemotiveerde jonge mensen die te werk gaan, met onze steun in de achtergrond. We wilden ze niet voor de leeuwen gooien. Als ze vragen hebben, mogen ze die altijd stellen. Ik ga alleen mijn eigen mening niet opdringen, dat moeten ze zelf onderling maar doen.”
Uiteindelijk werd je positie overgenomen door een oude bekende.
“Ja, door mijn eigen zoon.”
Voelt het als een position switch?
“(lacht) Dat is zoals in de serie Safety First, hij pakt mijn functie en ik pak zijn functie over.”
We hoorden in de wandelgangen dat er ook bij RVC Hoboken het een en het ander gaat veranderen.
“Daar zijn ook enkele mensen die de club hebben verlaten, mensen waar wij een goed contact mee hadden. Hun functioneren kan ik niet bespreken.”
Verandert dat iets voor ons?
“Peter was voor ons de man van de contacten binnen Hoboken en was ook een gelegenheidsarbiter. Hij heeft dat vaak voor ons gedaan, waarvoor dank. Of hij dat ook nog voor ons kan doen, los van Hoboken? Dat weet ik niet. Het is wel een positie die we nodig hebben, iemand die het allemaal kan organiseren. Er zal gepraat moeten worden met de nieuwe mensen van Hoboken. Ik ging normaal een telefoontje krijgen, maar tot op heden heb ik nog niemand gehoord. Kenny (Smets, red.) kent die mensen ook iets beter en zal die contacten in handen krijgen.”
Blijven we daar voetballen?
“Ja en we blijven ook dezelfde uren houden. Hoboken stelde voor om eventueel het aftrapuur te verlaten, maar uiteindelijk mogen we op zondag ten laatste om 15 uur starten. Dus we kunnen daar niet op in gaan.”
“Zo’n feestje toont de binding met de club. Je kan de gasten niet verplichten om naar feestjes te komen, verplichten is gelijk aan wegjagen en dat is de bedoeling niet. Sommigen voeren hun hobby uit en staan er niet voor te springen om naar feestjes te komen. Er was weinig volk van de eerste ploeg.”
Van de reserven was er iets meer volk, maar niet om te zeggen een overrompeling.
“Nogmaals, je kan ze niet verplichten. En sommigen hadden al iets gepland. Daardoor konden ze niet aanwezig zijn.”
De dag nadien won Rood-Wit met 5-4 van Lexyss, een wedstrijd die pas in de slotfase werd beslist. Het moet ongetwijfeld een leuk weekend zijn geweest.
“De overwinning was een leuke kers op de taart. Ik heb het zelf vroeger anders geweten. We kwamen na een feestje dan wel op voorsprong, maar fysiek konden we het niet meer aan na een uur voetballen waardoor we toch de boot in gingen. Een overwinning na een feestje is altijd mooi meegenomen, maar er was ook maar vijf man van de eerste ploeg aanwezig op het feestje.”
In december kwamen er trainingspakken. Een initiatief dat kwam van een van de spelers. Hoe heb jij dat onthaald?
“Dat is een heel positief gegeven. Weet je, ik ben voorzitter geworden om mijn nonkel te vervangen. Met de rest van het financiële wilde ik mij absoluut niet moeien. Er is in het verleden intern gesproken geweest om een stuk mee te investeren vanuit de club. Toen het voorstel nu is gekomen, vroeg Matthew me of we als club tussen zouden kunnen komen. We zijn een ploeg met een budget en wat Matthew doet op gebied van financiën en sponsors aantrekken, daar doe ik mijn hoed voor af. We mogen ons als club ook niet vergalopperen. Je kan blijven geven vanuit de club, maar eens houdt dat op.”
Daardoor kwamen er wel verschuivingen in de bestuurskamer. Saskia ontdeed zich van haar functie?
“In het verleden sukkelde Saskia met gezondheidsproblemen en werd haar functie al tijdelijk overgenomen. Uiteindelijk is ze wel teruggekeerd en heeft ze mee het feest voor het 75-jarig bestaan mee in elkaar gestoken. Dat heeft ze heel goed gedaan. Bij het verhaal van de trainingspakken werd ze nu niet betrokken en besloot ze te stoppen.”
Hoe voelde dat voor jou want ze is uiteindelijk ook familie?
“Ik voelde het een beetje aankomen. We vergelijken het altijd met het vroegere Rood-Wit en daar werd enorm goed gefeest. Het verschil met nu is enorm, dan voel je jezelf minder betrokken en het zal ook nooit meer hetzelfde zijn als toen. De nieuwe garde gaat het misschien anders aanpakken.”
Dat Saskia per direct is gestopt en niet heeft gewacht op het einde van het seizoen, heeft dat je verrast?
“Neen, helemaal niet. Ik voelde dat het eraan zat te komen. Ze heeft deze beslissing genomen. Wie ben ik dan om haar beslissing tegen te gaan?”
Saskia is familie van jou. Heb jij er achteraf nog over gesproken met haar?
“We hebben het er wel over gehad. Weet je, we hebben beiden een drukke job en we willen beetje rust in het weekend. Bij haar is de feeling met de club ook een beetje verdwenen.”
Heeft ze de feeling dan verloren door haar gezondheidsproblemen?
“Dat gaat niet over een paar weken of een paar maanden, maar wel over een paar jaar en het is begrijpelijk dat daardoor de feeling wat verdwijnt. Meer kan ik er niet over zeggen.”
Intern heb je ook aangegeven dat het tijd is om je functie als voorzitter door te geven. Is daar veel reactie op gekomen?
“Op de functie als voorzitter is geen reactie gekomen. Die functie werd eigenlijk ingevuld op de algemene vergadering van een paar weken geleden. Er is met een paar mensen gesproken om de functie over te nemen en ik begrijp ook dat je als speler geen voorzitter kan zijn. Bij die functie komt heel veel kijken, maar ook Matthew en jij (doelend op Mirco die het interview afneemt, red.) doen veel.”
Ook de andere functies werden open gesteld. Was het echt de bedoeling om een frisse wind door de club te laten waaien?
“Matthew heeft zich bezig gehouden om de functies bespreekbaar te maken. Bart heeft zich geprofileerd door zijn organisatorisch talent aan te spreken en met het in orde brengen van de trainingspakken. Hij is de juiste persoon op de juiste plaats. Nadien hebben er nog een aantal mensen zich kandidaat gesteld voor andere functies. Jeugd pakt jeugd mee. Gemotiveerde jonge mensen die te werk gaan, met onze steun in de achtergrond. We wilden ze niet voor de leeuwen gooien. Als ze vragen hebben, mogen ze die altijd stellen. Ik ga alleen mijn eigen mening niet opdringen, dat moeten ze zelf onderling maar doen.”
Uiteindelijk werd je positie overgenomen door een oude bekende.
“Ja, door mijn eigen zoon.”
Voelt het als een position switch?
“(lacht) Dat is zoals in de serie Safety First, hij pakt mijn functie en ik pak zijn functie over.”
We hoorden in de wandelgangen dat er ook bij RVC Hoboken het een en het ander gaat veranderen.
“Daar zijn ook enkele mensen die de club hebben verlaten, mensen waar wij een goed contact mee hadden. Hun functioneren kan ik niet bespreken.”
Verandert dat iets voor ons?
“Peter was voor ons de man van de contacten binnen Hoboken en was ook een gelegenheidsarbiter. Hij heeft dat vaak voor ons gedaan, waarvoor dank. Of hij dat ook nog voor ons kan doen, los van Hoboken? Dat weet ik niet. Het is wel een positie die we nodig hebben, iemand die het allemaal kan organiseren. Er zal gepraat moeten worden met de nieuwe mensen van Hoboken. Ik ging normaal een telefoontje krijgen, maar tot op heden heb ik nog niemand gehoord. Kenny (Smets, red.) kent die mensen ook iets beter en zal die contacten in handen krijgen.”
Blijven we daar voetballen?
“Ja en we blijven ook dezelfde uren houden. Hoboken stelde voor om eventueel het aftrapuur te verlaten, maar uiteindelijk mogen we op zondag ten laatste om 15 uur starten. Dus we kunnen daar niet op in gaan.”
Het sportieve
Met de eerste ploeg kwamen we in een totaal andere reeks terecht. Hoe evalueer jij het seizoen?
“Op vlak van resultaten was het een seizoen met twee gezichten. Je komt in een nieuwe reeks terecht met totaal andere ploegen. Je weet niet wat je kan tegenkomen, het was dus kijken. Er waren veel krachtige, strijdvaardige, ploegen. Wij hebben het vooral van het voetbal. In het begin lukte dat, dat zag je ook aan onze start.”
Vorig jaar waren er geen incidenten. Je zei toen dat het niet iets eenmalig mocht zijn. Toch waren er weer akkefietjes. Is het dan een tegenvaller?
“Natuurlijk is het tegengevallen, zeker na de eerste nederlaag (tegen FC Koningshof, red.). Dan zie je dat er gasten afhaken en de goesting wegebt. Geblesseerden heb je altijd. Als er toch wordt gespeeld, laten ze zich vangen alles wat niets met voetbal te maken heeft. Dat moet eruit.”
Hoe ga je dat als nieuwe coach aanpakken?
“Ik ga van in het begin eerlijk zijn met de jongens. Sommigen kennen mijn manier van werken al. Je bent met voetbal bezig, niet met de rest. En diegene die daar niet in mee willen gaan, mogen hun hand opsteken en vertrekken. Dat mag je zelfs aan mijn eigen zoon Rodney vragen. Ik heb hem ooit ingebracht met een paar opdrachten. Hij voerde die niet uit en haalde hem tien minuten later weer naar de kant. Hij heeft twee dagen niet tegen mij gepraat.”
De eerste ploeg eindigde met evenveel punten als vorig jaar op een achtste plaats. Is dat dan toch een geslaagd seizoen?
“Het is vooral een teken dat er ploegen meer punten hebben gepakt. Ik geloof dat we één punt minder pakten dan de drie ploegen boven ons. (Drie ploegen haalden 43 punten, Rood-Wit 40, red.) Dat is één ‘fucking’ overwinning die je naar de top-vijf had kunnen leiden. Dat het nu minder is? Dat is het zeker niet. Je had makkelijk 55 punten kunnen halen en dan kom je terug op mentaliteit, ingesteldheid en liefde voor het spelletje.”
“Op vlak van resultaten was het een seizoen met twee gezichten. Je komt in een nieuwe reeks terecht met totaal andere ploegen. Je weet niet wat je kan tegenkomen, het was dus kijken. Er waren veel krachtige, strijdvaardige, ploegen. Wij hebben het vooral van het voetbal. In het begin lukte dat, dat zag je ook aan onze start.”
Vorig jaar waren er geen incidenten. Je zei toen dat het niet iets eenmalig mocht zijn. Toch waren er weer akkefietjes. Is het dan een tegenvaller?
“Natuurlijk is het tegengevallen, zeker na de eerste nederlaag (tegen FC Koningshof, red.). Dan zie je dat er gasten afhaken en de goesting wegebt. Geblesseerden heb je altijd. Als er toch wordt gespeeld, laten ze zich vangen alles wat niets met voetbal te maken heeft. Dat moet eruit.”
Hoe ga je dat als nieuwe coach aanpakken?
“Ik ga van in het begin eerlijk zijn met de jongens. Sommigen kennen mijn manier van werken al. Je bent met voetbal bezig, niet met de rest. En diegene die daar niet in mee willen gaan, mogen hun hand opsteken en vertrekken. Dat mag je zelfs aan mijn eigen zoon Rodney vragen. Ik heb hem ooit ingebracht met een paar opdrachten. Hij voerde die niet uit en haalde hem tien minuten later weer naar de kant. Hij heeft twee dagen niet tegen mij gepraat.”
De eerste ploeg eindigde met evenveel punten als vorig jaar op een achtste plaats. Is dat dan toch een geslaagd seizoen?
“Het is vooral een teken dat er ploegen meer punten hebben gepakt. Ik geloof dat we één punt minder pakten dan de drie ploegen boven ons. (Drie ploegen haalden 43 punten, Rood-Wit 40, red.) Dat is één ‘fucking’ overwinning die je naar de top-vijf had kunnen leiden. Dat het nu minder is? Dat is het zeker niet. Je had makkelijk 55 punten kunnen halen en dan kom je terug op mentaliteit, ingesteldheid en liefde voor het spelletje.”
De reserven deden het dan weer behoorlijk, maar misten ook die belangrijke stap richting top-vijf.
“De jongens hebben er een goed seizoen op zitten. Je komt tegen jonge gasten uit. Je moet rekenen: gemiddeld is geen enkele ploeg in de reeks van onze reserven zo oud als de onze. Ik kan zo zes jongens noemen die de leeftijd van een veteraan hebben bereikt. En die jongens hebben nog hun waarde bij ons.”
Dat er werd gewonnen van Ik Dien, van Olvac of van OLVE, heeft het dan toch te maken met ervaring die we misten om mindere matchen over de streep te trekken?
“Zeker, maar vergeet ook niet dat ‘een goeie dag hebben’ bestaat. Je hebt van die dagen dat je weet dat je gaat winnen, dat je voelt dat alles mee zit. Die wedstrijden hebben we ook gehad. Dan heb je ook wedstrijden gehad waarin we het volledig lieten afweten. Uiteindelijk heb je een goed seizoen gespeeld.”
En dat met de wedstrijden die er gespeeld werden. Er zijn vijf wedstrijden niet gespeeld.
“Aan ploegen die algemeen forfait geven tijdens het seizoen, kan je jammer genoeg niets doen. Het is jammer dat die wedstrijden niet werden gespeeld. Het verhaal met Elzestraat is ook vrij eenvoudig. We hebben er alles aan gedaan om die wedstrijd te spelen, maar daar moesten we onderling overeenkomen met de tegenstander. Ze speelden hun wedstrijd toen niet omdat hun veld zogezegd slecht lag, terwijl ze de weken voordien forfait hebben gegeven. Met drie forfaits op rij is het einde seizoen. Dan doen ze het op deze manier, belachelijk.”
Zouden we kunnen vragen naar een forfait-zege?
“Goh, dat is een reglement van de bond, maar die trekken hun handen daar van af. Je kan wel onderling overeen proberen te komen, maar ik denk dat er weinig ploegen zijn die zeggen: we zullen forfait geven.”
De eerste ploeg heeft twee keer forfait moeten geven tijdens het seizoen. Hoe heb jij dat beleefd?
“Het was zeker geen gemakkelijke beslissing. Ik heb het ook altijd gevolgd in de Whatsapp-groep. Als Dave (coach van de reserven, red.) op maandag postte over de volgende wedstrijd, had je een dag later al dertien, veertien man. Bij de eerste ploeg had je op donderdag zes man dat al bevestigde en moest je nog smeken aan de anderen om te bevestigen. Op zaterdagnacht vallen er nog altijd spelers af, zo is het moeilijk om een ploeg klaar te krijgen.”
Yannis noemde het een statement. Was dat voor jou ook zo?
“Het was zeker een statement. We hadden twee weken daarvoor al forfait kunnen geven. Op FC Seja heeft de helft van de reserven meegedaan en die worden meegetrokken in een hoop zever en het leverde de club een fikse boete op. We wilden vermijden dat ze daarin terug verzeild zouden geraken. Het was mijn beslissing. Je moet weten: bij de reserven heb je een groep die goed aan elkaar hangt en die willen we niet uit elkaar halen omwille van een groep die liever ergens anders is dan op een voetbalveld. We gingen de tweede ploeg niet straffen omwille van een eerste ploeg, die een mentaliteitscrisis heeft.”
“De jongens hebben er een goed seizoen op zitten. Je komt tegen jonge gasten uit. Je moet rekenen: gemiddeld is geen enkele ploeg in de reeks van onze reserven zo oud als de onze. Ik kan zo zes jongens noemen die de leeftijd van een veteraan hebben bereikt. En die jongens hebben nog hun waarde bij ons.”
Dat er werd gewonnen van Ik Dien, van Olvac of van OLVE, heeft het dan toch te maken met ervaring die we misten om mindere matchen over de streep te trekken?
“Zeker, maar vergeet ook niet dat ‘een goeie dag hebben’ bestaat. Je hebt van die dagen dat je weet dat je gaat winnen, dat je voelt dat alles mee zit. Die wedstrijden hebben we ook gehad. Dan heb je ook wedstrijden gehad waarin we het volledig lieten afweten. Uiteindelijk heb je een goed seizoen gespeeld.”
En dat met de wedstrijden die er gespeeld werden. Er zijn vijf wedstrijden niet gespeeld.
“Aan ploegen die algemeen forfait geven tijdens het seizoen, kan je jammer genoeg niets doen. Het is jammer dat die wedstrijden niet werden gespeeld. Het verhaal met Elzestraat is ook vrij eenvoudig. We hebben er alles aan gedaan om die wedstrijd te spelen, maar daar moesten we onderling overeenkomen met de tegenstander. Ze speelden hun wedstrijd toen niet omdat hun veld zogezegd slecht lag, terwijl ze de weken voordien forfait hebben gegeven. Met drie forfaits op rij is het einde seizoen. Dan doen ze het op deze manier, belachelijk.”
Zouden we kunnen vragen naar een forfait-zege?
“Goh, dat is een reglement van de bond, maar die trekken hun handen daar van af. Je kan wel onderling overeen proberen te komen, maar ik denk dat er weinig ploegen zijn die zeggen: we zullen forfait geven.”
De eerste ploeg heeft twee keer forfait moeten geven tijdens het seizoen. Hoe heb jij dat beleefd?
“Het was zeker geen gemakkelijke beslissing. Ik heb het ook altijd gevolgd in de Whatsapp-groep. Als Dave (coach van de reserven, red.) op maandag postte over de volgende wedstrijd, had je een dag later al dertien, veertien man. Bij de eerste ploeg had je op donderdag zes man dat al bevestigde en moest je nog smeken aan de anderen om te bevestigen. Op zaterdagnacht vallen er nog altijd spelers af, zo is het moeilijk om een ploeg klaar te krijgen.”
Yannis noemde het een statement. Was dat voor jou ook zo?
“Het was zeker een statement. We hadden twee weken daarvoor al forfait kunnen geven. Op FC Seja heeft de helft van de reserven meegedaan en die worden meegetrokken in een hoop zever en het leverde de club een fikse boete op. We wilden vermijden dat ze daarin terug verzeild zouden geraken. Het was mijn beslissing. Je moet weten: bij de reserven heb je een groep die goed aan elkaar hangt en die willen we niet uit elkaar halen omwille van een groep die liever ergens anders is dan op een voetbalveld. We gingen de tweede ploeg niet straffen omwille van een eerste ploeg, die een mentaliteitscrisis heeft.”
Heeft het even in het hoofd gezeten om bij de winterstop forfait te geven voor de terugronde bij de eerste ploeg?
“Neen, dat heeft er niet in gezeten. We hebben veel wedstrijden gehad waarbij we spelers van de reserven konden gebruiken. Moni en Imad Radi hebben de stap naar de eerste ploeg definitief gezet en ze hebben het ook niet slecht gedaan. We hebben echt alles geprobeerd om de eerste ploeg draaiende te houden.”
Heeft het in het hoofd gezeten om met één ploeg verder te gaan na het seizoen?
“Dat heeft wel in het hoofd gezeten. Zeker als er geen veranderingen zouden komen in het bestuur. Dan hadden we gewacht tot de inschrijvingen en moet je een beslissing nemen. Nu waait er een nieuwe wind door de club en gaat het ook anders lopen.”
De twee coaches zetten een stap opzij. Je gaf eerder al aan dat jij opnieuw coach zou worden. Is dat dan een nieuwe cyclus van drie jaar?
“Dat kan ik niet beloven.”
Is het langer?
“Dat kan ik niet beloven. Dat hangt ook van mijn job af. Ik word ook een jaartje ouder. Op het einde van volgend seizoen zal ik beslissen of ik verder doe of niet. Dat zal dan gebaseerd zijn op het nieuwe seizoen. Als het loopt zoals het vorige seizoen is gelopen, dan houdt het op. Het zal dus afhangen van de mentaliteit van de jongens, niet van het resultaat dat we halen.”
Hoe los je het probleem van de aanwezigheid duimpjes op?
“Op mijn manier”
En die is?
“Op mijn manier, streng maar rechtvaardig.”
Dave stopt nu wel als coach van de reserven.
“Dave Van Ouytsel (lacht)”
Daar gonst het ook van geruchten. Heb jij daar al een idee van?
“Stephan Roelants keert terug als speler. Het zou kunnen dat hij de nieuwe coach wordt. Daar ben ik heel content voor, want het is een oude bekende die terugkeert en hij neemt zijn zoon Xander mee.”
Je spreekt over kunnen worden, is er dan nog niet gepraat met hem?
“Neen, concreet is er met hem nog niet over gesproken. Ik zie hem vrijdag op zijn trouw (het interview werd afgenomen in de week voor de trouw van Stephan en Kim, red.) maar daar zal ik hem dan niet te veel mee lastig vallen.”
Het zal dan niet zijn: “Neemt u Rood-Wit tot uw wettige echtgenoot?”
“(lacht) Dat gaat zijn vrouw niet zo leuk vinden, denk ik.”
Je liet net ook vallen dat hij Xander meepakt. Dat lijkt me materiaal voor de tweede ploeg?
“Ja, Stephan vroeg al aan mij wanneer hij zich samen met zijn zoon zou kunnen inschrijven. Dat moeten jullie eens onderling bekijken.”
Bij de eerste ploeg verlaat Jaro Rood-Wit voor een nieuw avontuur in provinciale. Hij is niet de eerste die de laatste jaren onze club heeft gebruikt als opstapje.
“Jaro wilde het plezier terugvinden in het voetbal en ik ben blij dat hij dat bij ons heeft gedaan. Ook in het verleden bij onder andere Nick Felix wisten we dat hij wat problemen had met zijn ploeg en hij het plezier wilde terugvinden. Door bij ons te spelen, vonden ze het plezier weer terug. Ik ben blij dat wij dat kunnen betekenen voor spelers.”
Zijn er nog versterkingen op komst?
“Ik hoorde dat Kenny Rosseels zou terugkeren. Dat is een zalige kerel naast het veld. Op het veld was dat vroeger een ettertje, maar mensen veranderen en dan komt het goed. Er is nog een zoon van een collega, die eerder al bij Hoboken heeft gespeeld, die zich zou willen inschrijven. Ik heb geen idee of dat voor de eerste ploeg of voor de reserven is. Kenny Smets is momenteel ook nog bezig met x-aantal spelers. Het is dus nog even afwachten.”
Het gaat over jou groep.
“Dat klopt, maar ik hoef geen elf Maradona’s te hebben. Ik wil een groep hebben die voor elkaar vecht en niet voor zichzelf. Er gaat ook gesproken worden met een paar spelers van de reserven, want daar zitten gasten die eerste ploeg-waardig zijn. Natuurlijk willen we die niet ontwrichten zodat ze een rotseizoen tegemoet gaan. Het is dus afwachten wat we hebben, maar eerst kijken we wie er op tijd zijn lidgeld betaalt.”
Ook Yannis en Dave gaven al aan dat het lidgeld belangrijk is dit jaar. Kan het nog iets betekenen met hoeveel we aan de start gaan staan in september.
“Het feit dat we daar nu naar kijken, dan kom ik graag terug op mentaliteit en de liefde voor het spelletje. Als je écht bij ons wil spelen, dan begint het daar mee. Betaal op tijd je lidgeld en laat zien dat we op jou kunnen rekenen. Maar ik denk wel dat we met twee ploegen gaan starten in september.”
Dan kunnen we starten aan het seizoen om Marc te eren.
“Sowieso.”
Bedankt, voorzitter, voor het interview en succes volgend seizoen als coach!
“Neen, dat heeft er niet in gezeten. We hebben veel wedstrijden gehad waarbij we spelers van de reserven konden gebruiken. Moni en Imad Radi hebben de stap naar de eerste ploeg definitief gezet en ze hebben het ook niet slecht gedaan. We hebben echt alles geprobeerd om de eerste ploeg draaiende te houden.”
Heeft het in het hoofd gezeten om met één ploeg verder te gaan na het seizoen?
“Dat heeft wel in het hoofd gezeten. Zeker als er geen veranderingen zouden komen in het bestuur. Dan hadden we gewacht tot de inschrijvingen en moet je een beslissing nemen. Nu waait er een nieuwe wind door de club en gaat het ook anders lopen.”
De twee coaches zetten een stap opzij. Je gaf eerder al aan dat jij opnieuw coach zou worden. Is dat dan een nieuwe cyclus van drie jaar?
“Dat kan ik niet beloven.”
Is het langer?
“Dat kan ik niet beloven. Dat hangt ook van mijn job af. Ik word ook een jaartje ouder. Op het einde van volgend seizoen zal ik beslissen of ik verder doe of niet. Dat zal dan gebaseerd zijn op het nieuwe seizoen. Als het loopt zoals het vorige seizoen is gelopen, dan houdt het op. Het zal dus afhangen van de mentaliteit van de jongens, niet van het resultaat dat we halen.”
Hoe los je het probleem van de aanwezigheid duimpjes op?
“Op mijn manier”
En die is?
“Op mijn manier, streng maar rechtvaardig.”
Dave stopt nu wel als coach van de reserven.
“Dave Van Ouytsel (lacht)”
Daar gonst het ook van geruchten. Heb jij daar al een idee van?
“Stephan Roelants keert terug als speler. Het zou kunnen dat hij de nieuwe coach wordt. Daar ben ik heel content voor, want het is een oude bekende die terugkeert en hij neemt zijn zoon Xander mee.”
Je spreekt over kunnen worden, is er dan nog niet gepraat met hem?
“Neen, concreet is er met hem nog niet over gesproken. Ik zie hem vrijdag op zijn trouw (het interview werd afgenomen in de week voor de trouw van Stephan en Kim, red.) maar daar zal ik hem dan niet te veel mee lastig vallen.”
Het zal dan niet zijn: “Neemt u Rood-Wit tot uw wettige echtgenoot?”
“(lacht) Dat gaat zijn vrouw niet zo leuk vinden, denk ik.”
Je liet net ook vallen dat hij Xander meepakt. Dat lijkt me materiaal voor de tweede ploeg?
“Ja, Stephan vroeg al aan mij wanneer hij zich samen met zijn zoon zou kunnen inschrijven. Dat moeten jullie eens onderling bekijken.”
Bij de eerste ploeg verlaat Jaro Rood-Wit voor een nieuw avontuur in provinciale. Hij is niet de eerste die de laatste jaren onze club heeft gebruikt als opstapje.
“Jaro wilde het plezier terugvinden in het voetbal en ik ben blij dat hij dat bij ons heeft gedaan. Ook in het verleden bij onder andere Nick Felix wisten we dat hij wat problemen had met zijn ploeg en hij het plezier wilde terugvinden. Door bij ons te spelen, vonden ze het plezier weer terug. Ik ben blij dat wij dat kunnen betekenen voor spelers.”
Zijn er nog versterkingen op komst?
“Ik hoorde dat Kenny Rosseels zou terugkeren. Dat is een zalige kerel naast het veld. Op het veld was dat vroeger een ettertje, maar mensen veranderen en dan komt het goed. Er is nog een zoon van een collega, die eerder al bij Hoboken heeft gespeeld, die zich zou willen inschrijven. Ik heb geen idee of dat voor de eerste ploeg of voor de reserven is. Kenny Smets is momenteel ook nog bezig met x-aantal spelers. Het is dus nog even afwachten.”
Het gaat over jou groep.
“Dat klopt, maar ik hoef geen elf Maradona’s te hebben. Ik wil een groep hebben die voor elkaar vecht en niet voor zichzelf. Er gaat ook gesproken worden met een paar spelers van de reserven, want daar zitten gasten die eerste ploeg-waardig zijn. Natuurlijk willen we die niet ontwrichten zodat ze een rotseizoen tegemoet gaan. Het is dus afwachten wat we hebben, maar eerst kijken we wie er op tijd zijn lidgeld betaalt.”
Ook Yannis en Dave gaven al aan dat het lidgeld belangrijk is dit jaar. Kan het nog iets betekenen met hoeveel we aan de start gaan staan in september.
“Het feit dat we daar nu naar kijken, dan kom ik graag terug op mentaliteit en de liefde voor het spelletje. Als je écht bij ons wil spelen, dan begint het daar mee. Betaal op tijd je lidgeld en laat zien dat we op jou kunnen rekenen. Maar ik denk wel dat we met twee ploegen gaan starten in september.”
Dan kunnen we starten aan het seizoen om Marc te eren.
“Sowieso.”
Bedankt, voorzitter, voor het interview en succes volgend seizoen als coach!
“We moesten niet onderdoen voor de ploegen uit de top-vijf”
Dave Haenen leek in juni vorig jaar afscheid te nemen van het trainerschap bij de reserven. Maar het kriebelde zo hard dat hij in september terug aan het roer stond. “Ik was er nog te hard mee bezig”, stelt hij bij ons. Maar nu is het menens. “De thuismatch tegen Ik Dien was een mooie afsluiter voor mij. Het is tijd voor iets anders.”
De voorbereiding
Je stelde aan het eind van vorig seizoen dat je ermee ging ophouden. Augustus breekt aan en Dave duikt op. Van waar kwam die ommekeer?
“We hebben daarstraks een mooi eerbetoon gezien aan Marc (het interview werd afgenomen vlak na de Held van’t Veld, red.). Het was de bedoeling dat Dirk de ploeg terug ging overnemen na zijn operatie. Door het wegvallen van Marc had Dirk aangegeven dat hij niet klaar was om iets met voetbal te doen. De tijd was ook te kort om te zoeken naar een andere persoon. Onrechtstreeks is de vraag zo tot bij mij gekomen om een extra jaar te doen.”
Voelde het als een verplichting?
“Neen, zeker niet. Mocht dat het geval zijn geweest, had ik dat wel aangegeven. Ik heb vorig jaar in het interview ook gezegd ‘zeg nooit nooit.’ In het tussenseizoen merkte ik dat ik er nog te hard mee bezig was. Ik was mee spelers aan het zoeken om de spelers die vertrokken waren, te vervangen. Ik ben er nu ook nog mee bezig, maar deze keer staat het besluit wel vast.”
De voorbereiding begon met een nederlaag tegen FC Vino en het uitvallen van Thierry. Hoe belangrijk is dat wegvallen geweest voor de groep?
“Zoiets is een domper, dat zie je niet graag gebeuren. Ook al omdat het in de allereerste wedstrijd was. Het was brute pech. Iemand zien uitvallen voor de rest van de competitie, wie dat ook moge zijn, zie je nooit graag gebeuren. Je begint eraan met het gedacht om het seizoen uit te spelen. Thierry is dan misschien geen bepalende speler, maar wel een nuttige speler. Hopelijk keert hij sterker terug en buffelt hij weer zoals vanouds, met de nadruk op dat buffelen.”
Heb je hem gemist tijdens het seizoen?
“Ik vind dat een moeilijke vraag, moeilijk om de juiste woorden te vinden want je mist iedere speler die er niet is. Vooral zijn werkkracht hebben we gemist. We hebben er op geanticipteerd, want Ashley is teruggekomen.”
Er werden nog oefenwedstrijden afgelast tegen Pink Devils en tegen Vlug Vooruit. Was dat frustrerend?
“Je start een voorbereiding om het seizoen in vorm te starten en je wil zoveel mogelijk wedstrijden spelen om ritme en balgevoel te hebben. Ergens zijn de wedstrijden die weggevallen zijn een domper, ook om de nieuwe spelers te zien en in te passen. De wedstrijd tegen de Pink Devils was midweeks geregeld, dat in volle voorbereiding zijn er mensen die op verlof zijn of zijn spelers in ploegen aan het werken. Bovendien spelen zij graag tegen de reserven en kan je geen mix maken. Tegen Vlug Vooruit konden er velen zelf niet zijn.”
Er werd nog geoefend tegen Valaarhof, heeft dat een betekenis voor jou als coach?
“Speciaal? Goh. (denkt na). Het is vooral de buurt. Ik ben daar opgegroeid. Ik heb mijn jeugd daar doorgebracht en het daar tot in de reserven geschopt. Maar van de club daar blijft niet veel meer over. Er zitten nu andere jongens en dat neemt het speciale gevoel wel weg.”
Was je klaar voor de competitie?
“Dat zag je ook in de eerste competitiewedstrijd. We hebben geen slechte ploeg, dat blijf ik herhalen. Als iedereen was blijven komen en we kenden geen pech met bepaalde zaken, speel je mee voor de top-drie. Er zijn jongens bij gekomen die echt een versterking waren, die misschien zelfs beter waren dan diegene die vertrokken zijn. Dat zag je ook in de rangschikking van de Held van’t Veld.”
“We hebben daarstraks een mooi eerbetoon gezien aan Marc (het interview werd afgenomen vlak na de Held van’t Veld, red.). Het was de bedoeling dat Dirk de ploeg terug ging overnemen na zijn operatie. Door het wegvallen van Marc had Dirk aangegeven dat hij niet klaar was om iets met voetbal te doen. De tijd was ook te kort om te zoeken naar een andere persoon. Onrechtstreeks is de vraag zo tot bij mij gekomen om een extra jaar te doen.”
Voelde het als een verplichting?
“Neen, zeker niet. Mocht dat het geval zijn geweest, had ik dat wel aangegeven. Ik heb vorig jaar in het interview ook gezegd ‘zeg nooit nooit.’ In het tussenseizoen merkte ik dat ik er nog te hard mee bezig was. Ik was mee spelers aan het zoeken om de spelers die vertrokken waren, te vervangen. Ik ben er nu ook nog mee bezig, maar deze keer staat het besluit wel vast.”
De voorbereiding begon met een nederlaag tegen FC Vino en het uitvallen van Thierry. Hoe belangrijk is dat wegvallen geweest voor de groep?
“Zoiets is een domper, dat zie je niet graag gebeuren. Ook al omdat het in de allereerste wedstrijd was. Het was brute pech. Iemand zien uitvallen voor de rest van de competitie, wie dat ook moge zijn, zie je nooit graag gebeuren. Je begint eraan met het gedacht om het seizoen uit te spelen. Thierry is dan misschien geen bepalende speler, maar wel een nuttige speler. Hopelijk keert hij sterker terug en buffelt hij weer zoals vanouds, met de nadruk op dat buffelen.”
Heb je hem gemist tijdens het seizoen?
“Ik vind dat een moeilijke vraag, moeilijk om de juiste woorden te vinden want je mist iedere speler die er niet is. Vooral zijn werkkracht hebben we gemist. We hebben er op geanticipteerd, want Ashley is teruggekomen.”
Er werden nog oefenwedstrijden afgelast tegen Pink Devils en tegen Vlug Vooruit. Was dat frustrerend?
“Je start een voorbereiding om het seizoen in vorm te starten en je wil zoveel mogelijk wedstrijden spelen om ritme en balgevoel te hebben. Ergens zijn de wedstrijden die weggevallen zijn een domper, ook om de nieuwe spelers te zien en in te passen. De wedstrijd tegen de Pink Devils was midweeks geregeld, dat in volle voorbereiding zijn er mensen die op verlof zijn of zijn spelers in ploegen aan het werken. Bovendien spelen zij graag tegen de reserven en kan je geen mix maken. Tegen Vlug Vooruit konden er velen zelf niet zijn.”
Er werd nog geoefend tegen Valaarhof, heeft dat een betekenis voor jou als coach?
“Speciaal? Goh. (denkt na). Het is vooral de buurt. Ik ben daar opgegroeid. Ik heb mijn jeugd daar doorgebracht en het daar tot in de reserven geschopt. Maar van de club daar blijft niet veel meer over. Er zitten nu andere jongens en dat neemt het speciale gevoel wel weg.”
Was je klaar voor de competitie?
“Dat zag je ook in de eerste competitiewedstrijd. We hebben geen slechte ploeg, dat blijf ik herhalen. Als iedereen was blijven komen en we kenden geen pech met bepaalde zaken, speel je mee voor de top-drie. Er zijn jongens bij gekomen die echt een versterking waren, die misschien zelfs beter waren dan diegene die vertrokken zijn. Dat zag je ook in de rangschikking van de Held van’t Veld.”
De heenronde
De heenronde begon met een uitgestelde wedstrijd tegen Brasschaat. Hoe ongelegen kwam die?
“Een uitgestelde wedstrijd is nog oké. We hebben het dit seizoen moeilijker gehad met een week spelen, een week niet spelen. Dat die eerste wedstrijd werd uitgesteld, dat kan gebeuren en is de voorbereiding wat langer. Dat heb je als je met dertien ploegen in de reeks zit, dan speelt er sowieso élke week een ploeg niet.”
De eerste wedstrijd daarna was de uithaal tegen Olvac. Dat moet ongetwijfeld veel deugd hebben gedaan.
“Het was een knaller van een start. En dan denk ik aan de teleurstellingen die daarna zijn gekomen. Tegen OLVE trok de eerste helft op niets, maar verbeter je wel in de tweede helft. Nadien bleek dat een topploeg te zijn in de reeks. Je kon er wel je voet naast zetten. Nadien hebben we nog een paar steken laten vallen, zoals tegen Laar. Hoe we die wedstrijd hebben aangepakt, dan ben je bezig met andere zaken dan voetbal. We blijven voetballen voor ons plezier, maar je wilt toch ook winnen.”
Je blikte er net op terug, die wedstrijd tegen OLVE. Hoe frustrerend was het?
“Heel frustrerend. Wat je hebt opgebouwd tegen Olvac thuis, is een week later vergeten. Dat is jammer om te zien. Er werden bepaalde taken niet uitgevoerd of er werd anders gespeeld. De jongens moeten het doen op het veld, ik probeer hier en daar wat te sturen.”
Na de forfaitzege tegen Elzestraat volgde een nul op zes. We zakten af naar de onderste regionen van het klassement. Heb je ooit een soort van degradatiegevaar gevoeld?
“Neen, dat hebben we nooit gevoeld. Wel had ik het gevoel dat het niet zo makkelijk zou lopen als dat we dachten na de eerste wedstrijd. We wilden met drie verdedigers spelen en voor sommige spelers was dat moeilijk om te vatten. Na de winterstop speelden we ook zo en pakte het wel.”
Heeft dat dan te maken met de invulling van die drie?
“Daar zou het wel aan kunnen liggen. Je hebt nooit met dezelfde jongens achterin kunnen spelen en dat helpt niet. Je had altijd een wissel omdat er spelers zijn die eens niet konden. Je bent immers met een kern van vijftien of zestien. Je hoort voor elkaar dat steekje op te vangen, dat heb ik te weinig gezien.”
“Een uitgestelde wedstrijd is nog oké. We hebben het dit seizoen moeilijker gehad met een week spelen, een week niet spelen. Dat die eerste wedstrijd werd uitgesteld, dat kan gebeuren en is de voorbereiding wat langer. Dat heb je als je met dertien ploegen in de reeks zit, dan speelt er sowieso élke week een ploeg niet.”
De eerste wedstrijd daarna was de uithaal tegen Olvac. Dat moet ongetwijfeld veel deugd hebben gedaan.
“Het was een knaller van een start. En dan denk ik aan de teleurstellingen die daarna zijn gekomen. Tegen OLVE trok de eerste helft op niets, maar verbeter je wel in de tweede helft. Nadien bleek dat een topploeg te zijn in de reeks. Je kon er wel je voet naast zetten. Nadien hebben we nog een paar steken laten vallen, zoals tegen Laar. Hoe we die wedstrijd hebben aangepakt, dan ben je bezig met andere zaken dan voetbal. We blijven voetballen voor ons plezier, maar je wilt toch ook winnen.”
Je blikte er net op terug, die wedstrijd tegen OLVE. Hoe frustrerend was het?
“Heel frustrerend. Wat je hebt opgebouwd tegen Olvac thuis, is een week later vergeten. Dat is jammer om te zien. Er werden bepaalde taken niet uitgevoerd of er werd anders gespeeld. De jongens moeten het doen op het veld, ik probeer hier en daar wat te sturen.”
Na de forfaitzege tegen Elzestraat volgde een nul op zes. We zakten af naar de onderste regionen van het klassement. Heb je ooit een soort van degradatiegevaar gevoeld?
“Neen, dat hebben we nooit gevoeld. Wel had ik het gevoel dat het niet zo makkelijk zou lopen als dat we dachten na de eerste wedstrijd. We wilden met drie verdedigers spelen en voor sommige spelers was dat moeilijk om te vatten. Na de winterstop speelden we ook zo en pakte het wel.”
Heeft dat dan te maken met de invulling van die drie?
“Daar zou het wel aan kunnen liggen. Je hebt nooit met dezelfde jongens achterin kunnen spelen en dat helpt niet. Je had altijd een wissel omdat er spelers zijn die eens niet konden. Je bent immers met een kern van vijftien of zestien. Je hoort voor elkaar dat steekje op te vangen, dat heb ik te weinig gezien.”
Dan heb je ook nog de wedstrijd tegen Laar, die 8-3 nederlaag. Wat dacht je toen?
“Lag ik maar thuis in mijn zetel (lacht). Dat dacht ik toen. Als je ziet hoe we daar zijn gestart, stel ik me wel vragen. Oké, Glenn valt daar geblesseerd uit en Rodney moest koud in doel gaan staan. Het heeft niet geholpen dat er bij hen jongens waren van de eerste ploeg, die alles kapot speelden. Dat was zwaar en ik dacht aan oplossingen. Maar ik denk dat het voor de jongens op het veld zwaarder is aangekomen dan bij mij. Nadien heb ik gebabbeld met een paar spelers om de ploeg op sleeptouw te nemen. Dat heeft toch ook een beetje geholpen.”
Op bezoek bij OH Fortuna werd opnieuw met de zege aangeknoopt, waarna ook Kalfort Daghet werd geklopt. Die laatste was misschien wel dé referentiewedstrijd van het seizoen?
“De wedstrijd tegen Kalfort Daghet was, vanuit mijn standpunt, saai in de eerste helft. Er werd, door beide ploegen, te veel met de lange bal gespeeld. We hebben het dan beter aangepakt in de tweede helft. We zeiden tijdens de rust dat we er korter op moesten zitten, kort moesten samen spelen en stevig in de duels gaan. Dat rendeerde. Ook het publiek gaf onze jongens meer motivatie, waarvoor dank. Het gaf ons een goed gevoel die wedstrijd winnend over de streep te trekken.”
Wat was nu onze referentiewedstrijd?
“De wedstrijd tegen Kontich Scaldis, die we nipt verliezen. We verdienden daar niet om te verliezen. Het is een beetje hetzelfde als tegen Mortsel OG vorig jaar, die wedstrijd verdienden we ook niet om te verliezen. Dat was nu juist hetzelfde. De reeks is er ook gekomen door niet te verliezen.”
We voetbalden twee thuiswedstrijden op verplaatsing. Hoe moeilijk is dat?
“Het is een ander soort organisatie, omdat je toch achter de truitjes en de ballen moet gaan. Als je thuis speelt, staat dat hier. Maar voor ons maakte het niet uit. We voetbalden liever dan dat het niet kon doorgaan en we wedstrijden moesten uitstellen.”
We doken de winterstop in met een zes op zes tegen Sportklub Brasschaat. Een opsteker voor het moeilijke seizoen waarin we zaten?
“In de eerste wedstrijd overloop je die jongens en win je vlot. Bij de tweede wedstrijd was ik er niet bij en verwacht je, zeker met de hulp van de jongens van de eerste ploeg, eenzelfde soort wedstrijd. Dat draaide, verrassend genoeg, anders uit. De zes op zes was ook nodig om te stijgen in het klassement, verder weg van de laatste plaatsen waar je net over sprak.”
“Lag ik maar thuis in mijn zetel (lacht). Dat dacht ik toen. Als je ziet hoe we daar zijn gestart, stel ik me wel vragen. Oké, Glenn valt daar geblesseerd uit en Rodney moest koud in doel gaan staan. Het heeft niet geholpen dat er bij hen jongens waren van de eerste ploeg, die alles kapot speelden. Dat was zwaar en ik dacht aan oplossingen. Maar ik denk dat het voor de jongens op het veld zwaarder is aangekomen dan bij mij. Nadien heb ik gebabbeld met een paar spelers om de ploeg op sleeptouw te nemen. Dat heeft toch ook een beetje geholpen.”
Op bezoek bij OH Fortuna werd opnieuw met de zege aangeknoopt, waarna ook Kalfort Daghet werd geklopt. Die laatste was misschien wel dé referentiewedstrijd van het seizoen?
“De wedstrijd tegen Kalfort Daghet was, vanuit mijn standpunt, saai in de eerste helft. Er werd, door beide ploegen, te veel met de lange bal gespeeld. We hebben het dan beter aangepakt in de tweede helft. We zeiden tijdens de rust dat we er korter op moesten zitten, kort moesten samen spelen en stevig in de duels gaan. Dat rendeerde. Ook het publiek gaf onze jongens meer motivatie, waarvoor dank. Het gaf ons een goed gevoel die wedstrijd winnend over de streep te trekken.”
Wat was nu onze referentiewedstrijd?
“De wedstrijd tegen Kontich Scaldis, die we nipt verliezen. We verdienden daar niet om te verliezen. Het is een beetje hetzelfde als tegen Mortsel OG vorig jaar, die wedstrijd verdienden we ook niet om te verliezen. Dat was nu juist hetzelfde. De reeks is er ook gekomen door niet te verliezen.”
We voetbalden twee thuiswedstrijden op verplaatsing. Hoe moeilijk is dat?
“Het is een ander soort organisatie, omdat je toch achter de truitjes en de ballen moet gaan. Als je thuis speelt, staat dat hier. Maar voor ons maakte het niet uit. We voetbalden liever dan dat het niet kon doorgaan en we wedstrijden moesten uitstellen.”
We doken de winterstop in met een zes op zes tegen Sportklub Brasschaat. Een opsteker voor het moeilijke seizoen waarin we zaten?
“In de eerste wedstrijd overloop je die jongens en win je vlot. Bij de tweede wedstrijd was ik er niet bij en verwacht je, zeker met de hulp van de jongens van de eerste ploeg, eenzelfde soort wedstrijd. Dat draaide, verrassend genoeg, anders uit. De zes op zes was ook nodig om te stijgen in het klassement, verder weg van de laatste plaatsen waar je net over sprak.”
De terugronde
Telkens als we een negen op negen konden pakken, lieten we steken vallen. Op Ik Dien stonden we 0-3 voor. En toch staat het na negentig minuten 4-3.
“Je wilt wellicht weten hoe dat komt? Ik zou het niet weten. Dat is gewoon teleurstellend. Het was niet dat we baas waren, maar we maakten wel onze kansen af. Wat er in de tweede helft gebeurde, ik weet het niet. De scheids was niet in ons voordeel, maar daar ligt het niet aan. Vijf minuten na de pauze was onze voorsprong gewoon weg. Als we iets geconcentreerder uit de kleedkamer waren gekomen, denk ik niet dat we het hadden weggegeven. Als trainer sta je daar machteloos tegenover. Daar kan je weinig aan doen.”
Twee weken later werd wel vlot gewonnen van Kalfort Daghet.
“Opnieuw speelden we daar een goeie wedstrijd. We wisten dat ze opnieuw met de lange bal zouden spelen en dat hebben we als ploeg fantastisch opgevangen. We waren toen met vijftien en iedereen heeft daar een goeie wedstrijd gespeeld. Het was een plezier om daar te staan als coach. Je geniet mee van het resultaat en dat is ook een beetje uw resultaat. Daar konden we de wissels doen die we op Ik Dien niet hadden.”
We zagen twee ploegen wegvallen, met FC Belgica en SK Laar. Bovendien zagen we ook verschillende wedstrijden uitgesteld worden. Hoe ambetant was dat?
“Mijn vrouw vond dat leuk (lacht). Dat zijn extra zondagen dat je met je gezin bezig kan zijn, maar dat zijn ook wel zondagen waarvoor je door de week al bezig was. Leuk is het niet, maar je hebt dat in reservereeksen voor dat er ploegen afhaken. We hadden pech dat we daarmee te kampen kregen.”
Moeten we er niet voor zorgen dat elke wedstrijd dient gespeeld te worden?
“We zitten nu eenmaal in een reeks waarin stijgen en dalen niet mogelijk is. De wedstrijden hebben eigenlijk geen belang. De bond denkt ook zoals die speler van Olvac: het klassement is alleen belangrijk voor diegene die op kop staat.”
Zag je ook frustratie bij de spelers als er last minute een wedstrijd werd gecanceld?
“Je zit ook mee in de WhatsApp-groep. Iedereen die zijn duim omhoog had staan, stond te popelen om de wedstrijd te spelen. Dan is het doodjammer dat die dan niet doorgaat, maar dat hebben we niet in de hand. Of de bond er iets aan kan doen? Misschien moeten ze de drie punten dan geven aan de ploeg die wilt voetballen, als de andere ploeg dat niet wil. Maar de tegenpartij zal daar niet wakker van liggen. Wij konden een plekje stijgen in het klassement, maar het is nu zo.”
De top-vijf was het doel, maar dat hebben we door zulke taferelen niet gehaald.
“Maar als we extra spelers hadden gehad op bepaalde momenten, hadden we het ook kunnen halen. Je bent na de winterstop in hetzelfde bedje ziek geworden als de eerste ploeg. Er zijn jongens weggevallen waar je geen rekening mee had gehouden. Ik ben ervan overtuigd dat we op Harrows meer hadden kunnen doen als we meer verdedigers ter beschikking hadden. Nu hadden we er twee en stonden er aanvallers op de vleugels, maar daarover spreken we zo dadelijk nog, zeker?”
Dat klopt, want na een gecancelde wedstrijd moest een week later opnieuw niet verzameld worden om te voetballen. Frustrerend?
“De terugronde was op dat vlak verschrikkelijk. Je won een wedstrijd en dan speelde je weer niet. Daardoor valt het ritme weg. Oké, het seizoen duurt iets langer, maar wat heb je daar aan? Ik kan meer leven met een week niet voetballen en daarna een periode van x-aantal matchen, maar niet elke twee weken spelen. In februari hebben we daardoor bijna niet gevoetbald. Dat is al een kwade maand met algemene afgelastingen, maar als er dan nog ploegen wegvallen, wordt het moeilijk. Zeker als de tegenstander ons vraagt om te schuiven, dan heb je wéér een week vrij.”
Je doelt ongetwijfeld op de wedstrijd tegen Sint Jozef. Heeft het bestuur de verkeerde keuze gemaakt om mee te gaan in hun verhaal?
“Neen, want Dirk is met die vraag naar mij gekomen en dat hebben we samen beslist. Ik denk dat iedereen wilt spelen. Ofwel weiger je dat en krijg je de drie punten, maar dan wordt die wedstrijd ook niet gespeeld en krijg je die kutkalender. Ik denk ook dat, als wij als club die vraag stellen, we ook verder geholpen willen worden.”
We waren aanwezig bij het titelfeestje van Kontich Scaldis. Die wedstrijd was beslist na twintig minuten.
“We speelden daar een verloren wedstrijd. Er speelden bepaalde jongens hun laatste wedstrijd en die speelden met vleugels. Ze liepen te veel naar voren en dan loop je achter de feiten aan. Als verdediger moet je niet hoog gaan staan en gewoon je taken doen, maar ook het middenveld had dat moeten opvangen. Dat gebeurde de eerste twintig minuten niet. Nadien werd dat opgenomen en zag je wel dat we de evenknie waren van de kampioen.”
Zo’n titelfeestje, hoe komt het dat Rood-Wit er niet in slaagt om zoiets mee te maken?
“Dat is een goeie vraag. Wat moet ik daar op antwoorden? Ik denk dat het een mentaliteitsprobleem is. Je zit met een club die niet traint. Dat moet je voor jezelf doen, maar het kan geen kwaad om groepstrainingen te hebben. Als we daar naartoe kunnen werken en de mentaliteit wijzigt naar: ‘ik sluit mij aan bij een voetbalclub en kom elke week’, dan kan je zoiets meemaken. Maar het begint daarmee. We hebben bepaalde jongens afgegeven aan de eerste ploeg, maar hadden ze ook zelf nodig. Hopelijk krijgt het nieuwe bestuur er een nieuwe schwung in.”
Was de stap van Moni en Imad naar de eerste ploeg een gedwongen keuze?
“Ik laat spelers altijd een vrije keuze. Ik heb hen altijd gezegd dat als ze het niet wilden, ze het ook niet moesten doen. Moni heeft altijd in de jeugd van Rood-Wit gespeeld en het maakt niet uit waar hij speelt. Het liefst zelfs bij allebei de ploegen. Maar de eerste ploeg had ze meer nodig om aan elf te geraken. Als je dan risico gaat nemen en hem ook bij ons laat spelen, dan krijg je problemen. Het werd geapprecieerd dat we de vraag hebben gesteld.”
“Je wilt wellicht weten hoe dat komt? Ik zou het niet weten. Dat is gewoon teleurstellend. Het was niet dat we baas waren, maar we maakten wel onze kansen af. Wat er in de tweede helft gebeurde, ik weet het niet. De scheids was niet in ons voordeel, maar daar ligt het niet aan. Vijf minuten na de pauze was onze voorsprong gewoon weg. Als we iets geconcentreerder uit de kleedkamer waren gekomen, denk ik niet dat we het hadden weggegeven. Als trainer sta je daar machteloos tegenover. Daar kan je weinig aan doen.”
Twee weken later werd wel vlot gewonnen van Kalfort Daghet.
“Opnieuw speelden we daar een goeie wedstrijd. We wisten dat ze opnieuw met de lange bal zouden spelen en dat hebben we als ploeg fantastisch opgevangen. We waren toen met vijftien en iedereen heeft daar een goeie wedstrijd gespeeld. Het was een plezier om daar te staan als coach. Je geniet mee van het resultaat en dat is ook een beetje uw resultaat. Daar konden we de wissels doen die we op Ik Dien niet hadden.”
We zagen twee ploegen wegvallen, met FC Belgica en SK Laar. Bovendien zagen we ook verschillende wedstrijden uitgesteld worden. Hoe ambetant was dat?
“Mijn vrouw vond dat leuk (lacht). Dat zijn extra zondagen dat je met je gezin bezig kan zijn, maar dat zijn ook wel zondagen waarvoor je door de week al bezig was. Leuk is het niet, maar je hebt dat in reservereeksen voor dat er ploegen afhaken. We hadden pech dat we daarmee te kampen kregen.”
Moeten we er niet voor zorgen dat elke wedstrijd dient gespeeld te worden?
“We zitten nu eenmaal in een reeks waarin stijgen en dalen niet mogelijk is. De wedstrijden hebben eigenlijk geen belang. De bond denkt ook zoals die speler van Olvac: het klassement is alleen belangrijk voor diegene die op kop staat.”
Zag je ook frustratie bij de spelers als er last minute een wedstrijd werd gecanceld?
“Je zit ook mee in de WhatsApp-groep. Iedereen die zijn duim omhoog had staan, stond te popelen om de wedstrijd te spelen. Dan is het doodjammer dat die dan niet doorgaat, maar dat hebben we niet in de hand. Of de bond er iets aan kan doen? Misschien moeten ze de drie punten dan geven aan de ploeg die wilt voetballen, als de andere ploeg dat niet wil. Maar de tegenpartij zal daar niet wakker van liggen. Wij konden een plekje stijgen in het klassement, maar het is nu zo.”
De top-vijf was het doel, maar dat hebben we door zulke taferelen niet gehaald.
“Maar als we extra spelers hadden gehad op bepaalde momenten, hadden we het ook kunnen halen. Je bent na de winterstop in hetzelfde bedje ziek geworden als de eerste ploeg. Er zijn jongens weggevallen waar je geen rekening mee had gehouden. Ik ben ervan overtuigd dat we op Harrows meer hadden kunnen doen als we meer verdedigers ter beschikking hadden. Nu hadden we er twee en stonden er aanvallers op de vleugels, maar daarover spreken we zo dadelijk nog, zeker?”
Dat klopt, want na een gecancelde wedstrijd moest een week later opnieuw niet verzameld worden om te voetballen. Frustrerend?
“De terugronde was op dat vlak verschrikkelijk. Je won een wedstrijd en dan speelde je weer niet. Daardoor valt het ritme weg. Oké, het seizoen duurt iets langer, maar wat heb je daar aan? Ik kan meer leven met een week niet voetballen en daarna een periode van x-aantal matchen, maar niet elke twee weken spelen. In februari hebben we daardoor bijna niet gevoetbald. Dat is al een kwade maand met algemene afgelastingen, maar als er dan nog ploegen wegvallen, wordt het moeilijk. Zeker als de tegenstander ons vraagt om te schuiven, dan heb je wéér een week vrij.”
Je doelt ongetwijfeld op de wedstrijd tegen Sint Jozef. Heeft het bestuur de verkeerde keuze gemaakt om mee te gaan in hun verhaal?
“Neen, want Dirk is met die vraag naar mij gekomen en dat hebben we samen beslist. Ik denk dat iedereen wilt spelen. Ofwel weiger je dat en krijg je de drie punten, maar dan wordt die wedstrijd ook niet gespeeld en krijg je die kutkalender. Ik denk ook dat, als wij als club die vraag stellen, we ook verder geholpen willen worden.”
We waren aanwezig bij het titelfeestje van Kontich Scaldis. Die wedstrijd was beslist na twintig minuten.
“We speelden daar een verloren wedstrijd. Er speelden bepaalde jongens hun laatste wedstrijd en die speelden met vleugels. Ze liepen te veel naar voren en dan loop je achter de feiten aan. Als verdediger moet je niet hoog gaan staan en gewoon je taken doen, maar ook het middenveld had dat moeten opvangen. Dat gebeurde de eerste twintig minuten niet. Nadien werd dat opgenomen en zag je wel dat we de evenknie waren van de kampioen.”
Zo’n titelfeestje, hoe komt het dat Rood-Wit er niet in slaagt om zoiets mee te maken?
“Dat is een goeie vraag. Wat moet ik daar op antwoorden? Ik denk dat het een mentaliteitsprobleem is. Je zit met een club die niet traint. Dat moet je voor jezelf doen, maar het kan geen kwaad om groepstrainingen te hebben. Als we daar naartoe kunnen werken en de mentaliteit wijzigt naar: ‘ik sluit mij aan bij een voetbalclub en kom elke week’, dan kan je zoiets meemaken. Maar het begint daarmee. We hebben bepaalde jongens afgegeven aan de eerste ploeg, maar hadden ze ook zelf nodig. Hopelijk krijgt het nieuwe bestuur er een nieuwe schwung in.”
Was de stap van Moni en Imad naar de eerste ploeg een gedwongen keuze?
“Ik laat spelers altijd een vrije keuze. Ik heb hen altijd gezegd dat als ze het niet wilden, ze het ook niet moesten doen. Moni heeft altijd in de jeugd van Rood-Wit gespeeld en het maakt niet uit waar hij speelt. Het liefst zelfs bij allebei de ploegen. Maar de eerste ploeg had ze meer nodig om aan elf te geraken. Als je dan risico gaat nemen en hem ook bij ons laat spelen, dan krijg je problemen. Het werd geapprecieerd dat we de vraag hebben gesteld.”
Je gaf net aan dat er een paar spelers waren waarop je niet meer kon rekenen. Het leek wel of de spelersgroep uit elkaar groeide. Hoe voelde dat aan?
“Het was moeilijk. Niet van iedereen wist ik waarom ze wegbleven en voor één week vind ik dat niet erg. Maar als het meerdere weken was, vind ik het jammer dat ze me dat niet lieten weten. Dan begon ik me ook vragen te stellen.”
Heb je dan de telefoon genomen en zelf gestuurd?
“Neen”
Waarom niet?
“(denkt lang na). Daar zet je me even met de rug tegen de muur (lacht). Ik had zoiets van: we hebben twintig man en zullen het wel bolwerken, maar ik had het wel moeten doen. Het ligt niet in mijn aard om dat dan te vragen of legde ik te veel de bal in het kamp van de speler, wat ook verkeerd is.”
Tegen FC Harrows kwamen we te staan tegen jong geweld. We hadden daar maar twee verdedigers. Hebben we ons daar mispakt?
“Hoe bedoel je mispakt?”
Hebben we daar iets te aanvallend gespeeld?
“Neen. Ik heb daar een foute beslissing genomen om twee aanvallend ingestelde spelers uit te spelen als flankverdedigers. Jimmy was dat niet meer gewoon. Yahya deed wel zijn werk, maar je zag dat er aan bepaalde zaken tekort werd gedaan. Daardoor werden we overlopen. We zijn dan naar drie verdedigers gegaan en hebben we het kunnen verbeteren want in de tweede helft hebben ze weinig kansen gehad. Dat terwijl je met een mannetje minder achterin stonden en eentje meer voorin hadden. Misschien speelden we zelfs te verdedigend.”
In april volgde er sportieve revanche tegen Ik Dien. Dat was toch genieten?
“Zeker. Dat was met mooi en leuk voetbal. Je zag terug de vechtlust voor elkaar en het zonnetje scheen. Dat was voor mij een mooie afsluiter, want een week later miste ik de wedstrijd tegen Olvac.”
Heb je die wedstrijd gevolgd?
“Ik ben daar helemaal niet mee bezig geweest, ik had andere verplichtingen. Nadien heb ik de uitslag wel gehoord. Je hoopt altijd dat de laatste wedstrijd winnend wordt afgesloten. Als we dat hadden kunnen doen, hadden we nog dat stapje in het klassement kunnen maken. Maar we hebben het in het begin van het seizoen wat laten afweten.”
Toen ik het interview aan het voorbereiden was, zag ik nergens een negen op negen. Hoe komt dat?
“Dat weet ik niet. We waren een ploeg van alles of niets en speelden ook maar één keer gelijk. De kalender, met een week wel en een week niet spelen, haalt het ritme er volledig uit. Persoonlijk denk ik dat ik te weinig uit de ploeg heb gehaald. Misschien had iemand met tactisch inzicht er meer uit gehaald. Ook al werd de doelstelling niet gehaald, ik vind dat we een goed seizoen hebben gespeeld. Je moet immers ook naar de omstandigheden kijken. Vorig jaar waren we vierde, we hadden de intentie om even goed te doen. Uiteindelijk kwamen we in een reeks terecht waar iedereen van iedereen kon winnen. We moesten ook niet onderdoen voor de ploegen uit de top-vijf. Om een voorbeeld te geven: tegen OLVE en Ik Dien wonnen we.”
“Het was moeilijk. Niet van iedereen wist ik waarom ze wegbleven en voor één week vind ik dat niet erg. Maar als het meerdere weken was, vind ik het jammer dat ze me dat niet lieten weten. Dan begon ik me ook vragen te stellen.”
Heb je dan de telefoon genomen en zelf gestuurd?
“Neen”
Waarom niet?
“(denkt lang na). Daar zet je me even met de rug tegen de muur (lacht). Ik had zoiets van: we hebben twintig man en zullen het wel bolwerken, maar ik had het wel moeten doen. Het ligt niet in mijn aard om dat dan te vragen of legde ik te veel de bal in het kamp van de speler, wat ook verkeerd is.”
Tegen FC Harrows kwamen we te staan tegen jong geweld. We hadden daar maar twee verdedigers. Hebben we ons daar mispakt?
“Hoe bedoel je mispakt?”
Hebben we daar iets te aanvallend gespeeld?
“Neen. Ik heb daar een foute beslissing genomen om twee aanvallend ingestelde spelers uit te spelen als flankverdedigers. Jimmy was dat niet meer gewoon. Yahya deed wel zijn werk, maar je zag dat er aan bepaalde zaken tekort werd gedaan. Daardoor werden we overlopen. We zijn dan naar drie verdedigers gegaan en hebben we het kunnen verbeteren want in de tweede helft hebben ze weinig kansen gehad. Dat terwijl je met een mannetje minder achterin stonden en eentje meer voorin hadden. Misschien speelden we zelfs te verdedigend.”
In april volgde er sportieve revanche tegen Ik Dien. Dat was toch genieten?
“Zeker. Dat was met mooi en leuk voetbal. Je zag terug de vechtlust voor elkaar en het zonnetje scheen. Dat was voor mij een mooie afsluiter, want een week later miste ik de wedstrijd tegen Olvac.”
Heb je die wedstrijd gevolgd?
“Ik ben daar helemaal niet mee bezig geweest, ik had andere verplichtingen. Nadien heb ik de uitslag wel gehoord. Je hoopt altijd dat de laatste wedstrijd winnend wordt afgesloten. Als we dat hadden kunnen doen, hadden we nog dat stapje in het klassement kunnen maken. Maar we hebben het in het begin van het seizoen wat laten afweten.”
Toen ik het interview aan het voorbereiden was, zag ik nergens een negen op negen. Hoe komt dat?
“Dat weet ik niet. We waren een ploeg van alles of niets en speelden ook maar één keer gelijk. De kalender, met een week wel en een week niet spelen, haalt het ritme er volledig uit. Persoonlijk denk ik dat ik te weinig uit de ploeg heb gehaald. Misschien had iemand met tactisch inzicht er meer uit gehaald. Ook al werd de doelstelling niet gehaald, ik vind dat we een goed seizoen hebben gespeeld. Je moet immers ook naar de omstandigheden kijken. Vorig jaar waren we vierde, we hadden de intentie om even goed te doen. Uiteindelijk kwamen we in een reeks terecht waar iedereen van iedereen kon winnen. We moesten ook niet onderdoen voor de ploegen uit de top-vijf. Om een voorbeeld te geven: tegen OLVE en Ik Dien wonnen we.”
De toekomst
We namen tijdens het seizoen afscheid van een aantal spelers. Wat betekent dat voor jou?
“Het is altijd jammer dat er mensen stoppen, zeker als dat gasten zijn die al een tijdje bij ons spelen. Met Yannick heb ik bijvoorbeeld nog bij de eerste ploeg gespeeld. Tom is ook een leuk figuur om bij de ploeg te hebben. Beiden zijn ook sfeermakers en daardoor was er altijd iets van animo. Met Timmy stond ik ook op het veld, al is hij iemand die voor mijn tijd bij Rood-Wit was. Rodney was dan weer een polyvalente speler. Dat vind hij zelf heel ambetant, maar voor een coach is dat een zegen. Ooit komt er een tijd van stoppen. Dat heb ik ook gemerkt (lacht).”
Is het jammer dat zij de club volledig verlaten en geen andere functie op zich nemen?
“Dat moeten ze voor zichzelf uitmaken. Het trainersschap moet je voelen. Ik ben er ook in gerold omdat ik nog geen afscheid wilde nemen van de kleedkamer. Dat hebben de jongens die afzwaaien misschien wel al gedaan. Het is voor iedereen een vrije keuze.”
Zelf gaf je ook meerdere keren aan dat dit het laatste seizoen was. Waarom is er nu wel die zekerheid?
“Ik merkte de laatste weken dat het een opoffering werd, zeker met de kalender. Het is tijd voor iets anders, niet meer van moeten. Mij kon je twee stampen geven en liep ik mank, maar ik liep wel. Dat engagement heb ik altijd gehad. Het is nu echt over.”
In september zien we je dan terug?
“(lacht). Je zal me terugzien, maar niet als coach. Wel als supporter aan de andere kant van de bar.”
Welk tuincentrum staat er als eerste op de planning?
“(lacht). Bij Van Uytsel ben ik vorige week nog geweest. Misschien de Claes eens proberen.”
Heb jij zicht op je vervanger?
“Neen”
Wil je daar een zeggenschap in hebben?
“Ik hoorde dat Stephan terugkomt als speler. Dat lijkt me een ideale kandidaat. Waarom niet het rode bandje erbij nemen. Vincent Kompany-gewijs speler-trainer worden. Hij lijkt me de geknipte kandidaat om hetgeen je tegen Kontich zag, hier mee te maken.”
Is er zicht op versterkingen?
“Daar ben ik te weinig mee bezig. Het is aan de spelers om hun lidgeld op tijd te betalen om te zien of we met twee ploegen gaan starten. Het zal van de inschrijvingen afhangen.”
Bedankt coach voor het interview en succes in de tuincentra!
“Het is altijd jammer dat er mensen stoppen, zeker als dat gasten zijn die al een tijdje bij ons spelen. Met Yannick heb ik bijvoorbeeld nog bij de eerste ploeg gespeeld. Tom is ook een leuk figuur om bij de ploeg te hebben. Beiden zijn ook sfeermakers en daardoor was er altijd iets van animo. Met Timmy stond ik ook op het veld, al is hij iemand die voor mijn tijd bij Rood-Wit was. Rodney was dan weer een polyvalente speler. Dat vind hij zelf heel ambetant, maar voor een coach is dat een zegen. Ooit komt er een tijd van stoppen. Dat heb ik ook gemerkt (lacht).”
Is het jammer dat zij de club volledig verlaten en geen andere functie op zich nemen?
“Dat moeten ze voor zichzelf uitmaken. Het trainersschap moet je voelen. Ik ben er ook in gerold omdat ik nog geen afscheid wilde nemen van de kleedkamer. Dat hebben de jongens die afzwaaien misschien wel al gedaan. Het is voor iedereen een vrije keuze.”
Zelf gaf je ook meerdere keren aan dat dit het laatste seizoen was. Waarom is er nu wel die zekerheid?
“Ik merkte de laatste weken dat het een opoffering werd, zeker met de kalender. Het is tijd voor iets anders, niet meer van moeten. Mij kon je twee stampen geven en liep ik mank, maar ik liep wel. Dat engagement heb ik altijd gehad. Het is nu echt over.”
In september zien we je dan terug?
“(lacht). Je zal me terugzien, maar niet als coach. Wel als supporter aan de andere kant van de bar.”
Welk tuincentrum staat er als eerste op de planning?
“(lacht). Bij Van Uytsel ben ik vorige week nog geweest. Misschien de Claes eens proberen.”
Heb jij zicht op je vervanger?
“Neen”
Wil je daar een zeggenschap in hebben?
“Ik hoorde dat Stephan terugkomt als speler. Dat lijkt me een ideale kandidaat. Waarom niet het rode bandje erbij nemen. Vincent Kompany-gewijs speler-trainer worden. Hij lijkt me de geknipte kandidaat om hetgeen je tegen Kontich zag, hier mee te maken.”
Is er zicht op versterkingen?
“Daar ben ik te weinig mee bezig. Het is aan de spelers om hun lidgeld op tijd te betalen om te zien of we met twee ploegen gaan starten. Het zal van de inschrijvingen afhangen.”
Bedankt coach voor het interview en succes in de tuincentra!
“We hadden te weinig plezier in voetbal. Dat is nochtans de essentie"
Rood-Wit startte uitmuntend aan de competitie, met zeven zeges op rij en leek de titel een haalbare doelstelling. “Ik heb lang gedacht dat we mee kunnen in tweede, maar steevast tonen we dat we het niet kunnen volhouden.” En dat toonden we opnieuw met een zware terugval. “Uiteindelijk was het een kakseizoen”, aldus onze coach in het lange interview.
De voorbereiding
Hoe belangrijk is het wegvallen van Marc geweest als steun voor de jonge garde?
“Het was een shock dat hij er niet meer was. Ik stond er iets genuanceerder tegenover en had het gevoel dat het er wel aan zat te komen, maar zoiets is nooit leuk. Ook in de kleedkamer was het even slikken toen we voor het eerst allemaal samen kwamen. We wilden er het beste van maken, voor hem.”
De eerste wedstrijd tegen Valaarhof werd verloren, maar alles leek er goed uit te zien.
“Was de wedstrijd tegen Valaarhof de eerste of de tweede? We verloren nipt, met één doelpunt verschil. Je zag dat het voor vele jongens dat het al even geleden was dat ze nog een balletje hadden gevoeld en de kern was opgevuld met een paar nieuwkomers. Ik kon me herinneren dat we niet doorlopend mochten wisselen, tot zij dat zelf deden. Je zag wel dat zij al aan het trainen was, vooral aan de conditie. We verloren dan wel, maar konden dat plaatsen. En het heeft ons niet tegen gehouden om er nadien tegenaan te gaan.”
Gaven de zeges tegen Vlug Vooruit en FC De Snijers een vertekend beeld aan hoe de voorbereiding liep?
“Die zeges gaven vertrouwen om aan het seizoen te starten en dat heb je ook nodig. Want anders zou je niet starten zoals wij zijn gestart. Dan hadden we die zes of zeven zeges op rij niet gehad. We hebben de eerste wedstrijden op kwaliteit, volharding en vechten voor elkaar gewonnen. En als we niet in het straatje van geblesseerden en geschorsten sukkelden, eindigden we niet zoals we het nu hebben gedaan.”
Tegen FC Koartjes werd voor het eerst in een paar jaar de beker niet beslist op strafschoppen. Hoe belangrijk was die zege?
“Het is louter toevallig dat we de voorbije jaren strafschoppen nodig hadden om door te geraken in de beker, maar ik maak geen verschil tussen competitie en beker. Elke wedstrijd is immers een nieuwe wedstrijd. Zo’n overwinning doet goed voor het zelfvertrouwen.”
Hoe belangrijk was het vertrek van Yentl voor jou?
“Ik vond het echt verraad (lacht). Nee, alle gekheid op een stokje, het had leuker geweest om met twee verder te gaan. Dan heb je een paar extra ogen die meer zien en je kan op elkaar rekenen. De meeste ploegen hebben een délégue, iemand die zich met de scheids bezig houdt en nu kwam alles op mijn nek terecht. Toen we in het straatje kwamen van spelers die afbellen op de laatste minuten, dan wordt het moeilijk alleen. Je moet de ploeg sturen, de scheids ontvangen, alles aanpassen als dat moest gebeuren. Zijn vertrek was een aderlating en er werd kort op de bal gespeeld, maar ik gun het hem wel.”
En voor de groep?
“In de groep werd het vertrek nog redelijk ontvangen. Ik denk dat er een paar spelers waren die het jammer vinden, maar evenzeer ook een aantal spelers niet. Het was een gemengde reactie. Ze voelden het ook al een beetje doordat er vorig jaar in het heetst van de strijd werd geroepen dat hij ging stoppen. De groep heeft het heel goed opgenomen, zijn met mij verder gegaan en hebben er verder niet te veel bij stil gestaan.”
“Het was een shock dat hij er niet meer was. Ik stond er iets genuanceerder tegenover en had het gevoel dat het er wel aan zat te komen, maar zoiets is nooit leuk. Ook in de kleedkamer was het even slikken toen we voor het eerst allemaal samen kwamen. We wilden er het beste van maken, voor hem.”
De eerste wedstrijd tegen Valaarhof werd verloren, maar alles leek er goed uit te zien.
“Was de wedstrijd tegen Valaarhof de eerste of de tweede? We verloren nipt, met één doelpunt verschil. Je zag dat het voor vele jongens dat het al even geleden was dat ze nog een balletje hadden gevoeld en de kern was opgevuld met een paar nieuwkomers. Ik kon me herinneren dat we niet doorlopend mochten wisselen, tot zij dat zelf deden. Je zag wel dat zij al aan het trainen was, vooral aan de conditie. We verloren dan wel, maar konden dat plaatsen. En het heeft ons niet tegen gehouden om er nadien tegenaan te gaan.”
Gaven de zeges tegen Vlug Vooruit en FC De Snijers een vertekend beeld aan hoe de voorbereiding liep?
“Die zeges gaven vertrouwen om aan het seizoen te starten en dat heb je ook nodig. Want anders zou je niet starten zoals wij zijn gestart. Dan hadden we die zes of zeven zeges op rij niet gehad. We hebben de eerste wedstrijden op kwaliteit, volharding en vechten voor elkaar gewonnen. En als we niet in het straatje van geblesseerden en geschorsten sukkelden, eindigden we niet zoals we het nu hebben gedaan.”
Tegen FC Koartjes werd voor het eerst in een paar jaar de beker niet beslist op strafschoppen. Hoe belangrijk was die zege?
“Het is louter toevallig dat we de voorbije jaren strafschoppen nodig hadden om door te geraken in de beker, maar ik maak geen verschil tussen competitie en beker. Elke wedstrijd is immers een nieuwe wedstrijd. Zo’n overwinning doet goed voor het zelfvertrouwen.”
Hoe belangrijk was het vertrek van Yentl voor jou?
“Ik vond het echt verraad (lacht). Nee, alle gekheid op een stokje, het had leuker geweest om met twee verder te gaan. Dan heb je een paar extra ogen die meer zien en je kan op elkaar rekenen. De meeste ploegen hebben een délégue, iemand die zich met de scheids bezig houdt en nu kwam alles op mijn nek terecht. Toen we in het straatje kwamen van spelers die afbellen op de laatste minuten, dan wordt het moeilijk alleen. Je moet de ploeg sturen, de scheids ontvangen, alles aanpassen als dat moest gebeuren. Zijn vertrek was een aderlating en er werd kort op de bal gespeeld, maar ik gun het hem wel.”
En voor de groep?
“In de groep werd het vertrek nog redelijk ontvangen. Ik denk dat er een paar spelers waren die het jammer vinden, maar evenzeer ook een aantal spelers niet. Het was een gemengde reactie. Ze voelden het ook al een beetje doordat er vorig jaar in het heetst van de strijd werd geroepen dat hij ging stoppen. De groep heeft het heel goed opgenomen, zijn met mij verder gegaan en hebben er verder niet te veel bij stil gestaan.”
De heenronde
In het tussenseizoen werden we door Voetbal Vlaanderen van reeks gewisseld. Van ploegen waarmee we een dingetje mee hadden naar een compleet nieuwe reeks. Hoe hard was dat aanpassen?
“Het was wel aanpassen. Ik vond het een groot contrast tussen de ploegen. Je had ploegen die voetbalden, zoals Koningshof. Aan de andere kant had je ploegen die voetbalden met karakter, zoals FC Alca. Dat was anders dan de reeks waarin we zaten. Daar kon de helft cava voetballen en nu moesten we karakter tonen.”
Had je schrik om aan het seizoen te beginnen door die nieuwe namen?
“Neen, zelfs niet met Koningshof. We waren in de eerste wedstrijd even goed. Ze trapten één keer van buiten de zestien en dat was het doelpunt. Verder hebben ze geen kansen gehad. In de tweede wedstrijd hebben we een pandoering gekregen, maar dat kregen we van iedereen.”
Imad, die vorig jaar werd verkozen tot Held van’t Veld, vertrok in het tussenseizoen.
“Je ziet je doelman niet graag vertrekken. Je vervangt Imad niet op één, twee, drie. Al had ik meer moeite om de kern op te vullen. Uiteindelijk heeft Jaro hem goed en waardig vervangen.”
In de speech voor het seizoen wilden we Marc eren. Dat begon met zeven opeenvolgende zeges. Een reeks die je zag aankomen?
“Waren het er zeven? (lacht). Ik had een gevoel dat we de top-drie aan konden, zeker met de kern die we hadden en met de vorm die we hadden. We hadden toen ook al een aantal goeie ploegen bekampt. Enkel de latere kampioen, FC Koningshof, is pas nadien gekomen. Dat we het ook nog eens zonder nederlaag deden, had ik niet gedacht. Op die manier hebben de spelers mij ook verrast.”
De wedstrijd tegen Seamen’s Chile wil ik er even uitnemen. Hoe komt het dat we daar een 0-3-voorsprong uit handen geven en bijna met lege handen achter blijven?
“Die wedstrijd was echt hopeloos. Er was geen officiële scheids en het was heet. Het was niet plezant, maar wel belangrijk om daar de drie punten te pakken. Daar waren de eerste signalen van de flow waartoe we gingen. We werden nonchalant, er werd gezaagd op elkaar en we voelden dat we kwetsbaar waren. Dat gevoel is jammer genoeg nooit meer weggegaan.”
Wat was de mooiste zege van de zeven?
“Een van de wedstrijden tegen FC Alca of FC Balkan. Omdat die wedstrijden aantoonden dat we ook op karakter moesten spelen. Daar hebben we getoond dat we mee konden, maar we moesten wel volharding tonen en we waren voetballend goed. Dat het ook twee nipte wedstrijden waren? We stonden niet met het allergrootste zelfvertrouwen aan de aftrap, maar bleven voetballen. Die twee ploegen waren bij de beteren van de reeks en FC Balkan promoveerde naar tweede. In die gewonnen wedstrijd hebben we laten zien dat we ons eigen spel moesten spelen, ook al hadden we het in bepaalde delen van die wedstrijd wel moeilijk. Je kan niet altijd met 5-1 of 6-0 winnen (lacht).”
“Het was wel aanpassen. Ik vond het een groot contrast tussen de ploegen. Je had ploegen die voetbalden, zoals Koningshof. Aan de andere kant had je ploegen die voetbalden met karakter, zoals FC Alca. Dat was anders dan de reeks waarin we zaten. Daar kon de helft cava voetballen en nu moesten we karakter tonen.”
Had je schrik om aan het seizoen te beginnen door die nieuwe namen?
“Neen, zelfs niet met Koningshof. We waren in de eerste wedstrijd even goed. Ze trapten één keer van buiten de zestien en dat was het doelpunt. Verder hebben ze geen kansen gehad. In de tweede wedstrijd hebben we een pandoering gekregen, maar dat kregen we van iedereen.”
Imad, die vorig jaar werd verkozen tot Held van’t Veld, vertrok in het tussenseizoen.
“Je ziet je doelman niet graag vertrekken. Je vervangt Imad niet op één, twee, drie. Al had ik meer moeite om de kern op te vullen. Uiteindelijk heeft Jaro hem goed en waardig vervangen.”
In de speech voor het seizoen wilden we Marc eren. Dat begon met zeven opeenvolgende zeges. Een reeks die je zag aankomen?
“Waren het er zeven? (lacht). Ik had een gevoel dat we de top-drie aan konden, zeker met de kern die we hadden en met de vorm die we hadden. We hadden toen ook al een aantal goeie ploegen bekampt. Enkel de latere kampioen, FC Koningshof, is pas nadien gekomen. Dat we het ook nog eens zonder nederlaag deden, had ik niet gedacht. Op die manier hebben de spelers mij ook verrast.”
De wedstrijd tegen Seamen’s Chile wil ik er even uitnemen. Hoe komt het dat we daar een 0-3-voorsprong uit handen geven en bijna met lege handen achter blijven?
“Die wedstrijd was echt hopeloos. Er was geen officiële scheids en het was heet. Het was niet plezant, maar wel belangrijk om daar de drie punten te pakken. Daar waren de eerste signalen van de flow waartoe we gingen. We werden nonchalant, er werd gezaagd op elkaar en we voelden dat we kwetsbaar waren. Dat gevoel is jammer genoeg nooit meer weggegaan.”
Wat was de mooiste zege van de zeven?
“Een van de wedstrijden tegen FC Alca of FC Balkan. Omdat die wedstrijden aantoonden dat we ook op karakter moesten spelen. Daar hebben we getoond dat we mee konden, maar we moesten wel volharding tonen en we waren voetballend goed. Dat het ook twee nipte wedstrijden waren? We stonden niet met het allergrootste zelfvertrouwen aan de aftrap, maar bleven voetballen. Die twee ploegen waren bij de beteren van de reeks en FC Balkan promoveerde naar tweede. In die gewonnen wedstrijd hebben we laten zien dat we ons eigen spel moesten spelen, ook al hadden we het in bepaalde delen van die wedstrijd wel moeilijk. Je kan niet altijd met 5-1 of 6-0 winnen (lacht).”
Toen Koningshof op bezoek kwam, konden we ze op acht punten zetten. Waren we titelkandidaat?
“We hadden tegen Seamen’s Chile en in andere wedstrijden hadden we moeite om te winnen. En dan kom je uit tegen Koningshof, waarvan je weet dat het een goeie ploeg is. Ze speelden mee bovenin. Die dag hadden we de volharding niet, was het technisch voetbal tegenover technisch voetbal en kwam er niemand door. Het enige doelpunt was er een van op afstand, waar Jaro misschien meer kon doen. Uiteindelijk was dat een nederlaag die eraan zat te komen.”
Hebben de verkiezingen ons tegen Koningsof parten gespeeld?
“Kenny is pas in de tweede helft gekomen omdat hij moest gaan zitten. Dat is nu toevallig dat het op die dag was, maar we konden ook op minder mensen rekenen. Je merkte ook al dat we schrik hadden dat er bepaalde mensen niet bij waren. Dan begon het allemaal tegen te zitten.”
Wat heeft de omgekeerde kentering in gezet? De nederlaag tegen Koningshof of iets anders?
“We wonnen wedstrijden doordat we een ruime selectie hadden, maar van zodra mensen hun kat begonnen te sturen of tegen een schorsing opliepen, werkte het alleen maar in ons nadeel. Belangrijke spelers waren vele weken geschorst, de vervangers konden geen negentig minuten aan waardoor je met blessures kampt. Je gaat dan van een ruime selectie naar elf-twaalf man. Dan ga je van zeven opeenvolgende wedstrijden zonder nederlaag naar zeven opeenvolgende wedstrijden zonder overwinning. Dat is een goed voorbeeld van nul en honderd. Je kan zoiets opvangen als ploeg, wanneer je kon rekenen op de bankzitters. Wij moesten in allerijl nog spelers gaan ronselen bij de reserven. Dan ben je meer aan het prullen dan iets anders. We hadden een paar individuen die niet content waren met zestig minuten voetbal, terwijl er andere jongens content waren met de dertig minuten die ze kregen. Dat contrast in de groep was heel groot en verziekt de hele ploeg.”
Daarna volgde was een reeks van nederlagen. Hoe moeilijk was het om de groep bij elkaar te houden?
“Je kon de groep niet bij elkaar houden. Ze namen niemand meer serieus. Je moet spelers op andere posities zetten, spelers die daar nooit hebben gestaan. Dan is het moeilijk en blijft de vraag of ze er zin in hebben. Bovendien kwamen we uit tegen verdedigingen die goed stonden. Daar kom je niet door als je geen mannetje voorbij kan. Op zo’n momenten misten we een technische, snelle speler genre Bilal. Al was hij ook zichzelf niet meer. Hij had minder snel de neiging om de boel mee recht te trekken.”
Het was ook steevast zoeken naar elf namen. Je klonk herhaaldelijk: het is moeilijk om elke keer met een andere opstelling te spelen.
“Het was niet alleen dat, maar ook het mentale begon mee te spelen. Je kan meer goesting tonen en een zege halen, maar dan valt er iemand geblesseerd uit en moet je uw B-team gaan aanpassen en kom je uit bij een C-team. De opties verminderden en geraakten op.”
Tegen Deurne OB valt Niels geblesseerd uit. Hoe hard is dat aangekomen?
“Dat Niels geblesseerd is uitgevallen en wellicht nooit meer zal spelen, is nooit leuk om te zien. Daar viel nog een speler geblesseerd uit en vloek je, ook al konden we minder op hem rekenen dit seizoen. En weer viel er een verdediger weg, waardoor de opties steeds beperkter werden. Ik heb daar met Shawn en Wassim centraal op het middenveld gestaan uit noodzaak. Indy was altijd teleurgesteld dat hij naar de kant werd gehaald, maar bleef steken op drie doelpunten.”
Is dat een teleurstelling, dat hij niet is geslaagd bij de eerste ploeg?
“Het is altijd leuk als hij wél was geslaagd, maar het is niet dat ik mijn hoofd erover heb gebroken. Ik heb mijn best gedaan, maar tussen hem en Lotfi ging het niet samen. Je zag bij de twee dat het te veel een egostrijd zou worden. Indy is nog jong en werd daar geconfronteerd met zijn ego. Hij startte wedstrijden waarin hij op de bank zou beginnen, kreeg kansen, maar pakte die niet ook al heeft hij de kwaliteiten daarvoor heeft. Imad, die dezelfde beweging maakte in het midden van het seizoen, heeft die kansen wél gegrepen. Indy was er toen we wonnen, Imad toen we hem het meest nodig hadden. Jammer genoeg is Indy geen beslissende speler geworden voor ons, maar ik wou wel dat hij dat kon zijn. En als je graaf begint te doen, neem ik dat persoonlijk. Ik kan veel hebben, maar er is bij mij ook een limiet.”
Tegen FC Turkgücü hebben we met de eerste ploeg forfait gegeven. Heeft dat erin gehakt bij jou of bij de spelers?
“Een eerste ploeg hoort normaal geen forfait te geven. Dat was om een statement te maken. Wat ik me nog kan herinneren van die dag, was dat de reserven met genoeg spelers waren. Maar blijkbaar waren ze op dat moment ook maar met twaalf, met daarbij twee spelers van de eerste ploeg. Dan had ik zoiets van ‘dit klopt niet.’ Achteraf gezien hebben we daar een verkeerde beslissing genomen. Dat heeft nadien ook meegespeeld bij spelers onderling. Spelers van de tweede ploeg waren vaak niet geneigd om te komen helpen, terwijl dat omgekeerd wel het geval was. Vaak waren het ook dezelfden die kwamen helpen, maar je merkte de frustraties wel.”
“We hadden tegen Seamen’s Chile en in andere wedstrijden hadden we moeite om te winnen. En dan kom je uit tegen Koningshof, waarvan je weet dat het een goeie ploeg is. Ze speelden mee bovenin. Die dag hadden we de volharding niet, was het technisch voetbal tegenover technisch voetbal en kwam er niemand door. Het enige doelpunt was er een van op afstand, waar Jaro misschien meer kon doen. Uiteindelijk was dat een nederlaag die eraan zat te komen.”
Hebben de verkiezingen ons tegen Koningsof parten gespeeld?
“Kenny is pas in de tweede helft gekomen omdat hij moest gaan zitten. Dat is nu toevallig dat het op die dag was, maar we konden ook op minder mensen rekenen. Je merkte ook al dat we schrik hadden dat er bepaalde mensen niet bij waren. Dan begon het allemaal tegen te zitten.”
Wat heeft de omgekeerde kentering in gezet? De nederlaag tegen Koningshof of iets anders?
“We wonnen wedstrijden doordat we een ruime selectie hadden, maar van zodra mensen hun kat begonnen te sturen of tegen een schorsing opliepen, werkte het alleen maar in ons nadeel. Belangrijke spelers waren vele weken geschorst, de vervangers konden geen negentig minuten aan waardoor je met blessures kampt. Je gaat dan van een ruime selectie naar elf-twaalf man. Dan ga je van zeven opeenvolgende wedstrijden zonder nederlaag naar zeven opeenvolgende wedstrijden zonder overwinning. Dat is een goed voorbeeld van nul en honderd. Je kan zoiets opvangen als ploeg, wanneer je kon rekenen op de bankzitters. Wij moesten in allerijl nog spelers gaan ronselen bij de reserven. Dan ben je meer aan het prullen dan iets anders. We hadden een paar individuen die niet content waren met zestig minuten voetbal, terwijl er andere jongens content waren met de dertig minuten die ze kregen. Dat contrast in de groep was heel groot en verziekt de hele ploeg.”
Daarna volgde was een reeks van nederlagen. Hoe moeilijk was het om de groep bij elkaar te houden?
“Je kon de groep niet bij elkaar houden. Ze namen niemand meer serieus. Je moet spelers op andere posities zetten, spelers die daar nooit hebben gestaan. Dan is het moeilijk en blijft de vraag of ze er zin in hebben. Bovendien kwamen we uit tegen verdedigingen die goed stonden. Daar kom je niet door als je geen mannetje voorbij kan. Op zo’n momenten misten we een technische, snelle speler genre Bilal. Al was hij ook zichzelf niet meer. Hij had minder snel de neiging om de boel mee recht te trekken.”
Het was ook steevast zoeken naar elf namen. Je klonk herhaaldelijk: het is moeilijk om elke keer met een andere opstelling te spelen.
“Het was niet alleen dat, maar ook het mentale begon mee te spelen. Je kan meer goesting tonen en een zege halen, maar dan valt er iemand geblesseerd uit en moet je uw B-team gaan aanpassen en kom je uit bij een C-team. De opties verminderden en geraakten op.”
Tegen Deurne OB valt Niels geblesseerd uit. Hoe hard is dat aangekomen?
“Dat Niels geblesseerd is uitgevallen en wellicht nooit meer zal spelen, is nooit leuk om te zien. Daar viel nog een speler geblesseerd uit en vloek je, ook al konden we minder op hem rekenen dit seizoen. En weer viel er een verdediger weg, waardoor de opties steeds beperkter werden. Ik heb daar met Shawn en Wassim centraal op het middenveld gestaan uit noodzaak. Indy was altijd teleurgesteld dat hij naar de kant werd gehaald, maar bleef steken op drie doelpunten.”
Is dat een teleurstelling, dat hij niet is geslaagd bij de eerste ploeg?
“Het is altijd leuk als hij wél was geslaagd, maar het is niet dat ik mijn hoofd erover heb gebroken. Ik heb mijn best gedaan, maar tussen hem en Lotfi ging het niet samen. Je zag bij de twee dat het te veel een egostrijd zou worden. Indy is nog jong en werd daar geconfronteerd met zijn ego. Hij startte wedstrijden waarin hij op de bank zou beginnen, kreeg kansen, maar pakte die niet ook al heeft hij de kwaliteiten daarvoor heeft. Imad, die dezelfde beweging maakte in het midden van het seizoen, heeft die kansen wél gegrepen. Indy was er toen we wonnen, Imad toen we hem het meest nodig hadden. Jammer genoeg is Indy geen beslissende speler geworden voor ons, maar ik wou wel dat hij dat kon zijn. En als je graaf begint te doen, neem ik dat persoonlijk. Ik kan veel hebben, maar er is bij mij ook een limiet.”
Tegen FC Turkgücü hebben we met de eerste ploeg forfait gegeven. Heeft dat erin gehakt bij jou of bij de spelers?
“Een eerste ploeg hoort normaal geen forfait te geven. Dat was om een statement te maken. Wat ik me nog kan herinneren van die dag, was dat de reserven met genoeg spelers waren. Maar blijkbaar waren ze op dat moment ook maar met twaalf, met daarbij twee spelers van de eerste ploeg. Dan had ik zoiets van ‘dit klopt niet.’ Achteraf gezien hebben we daar een verkeerde beslissing genomen. Dat heeft nadien ook meegespeeld bij spelers onderling. Spelers van de tweede ploeg waren vaak niet geneigd om te komen helpen, terwijl dat omgekeerd wel het geval was. Vaak waren het ook dezelfden die kwamen helpen, maar je merkte de frustraties wel.”
De terugronde
De terugronde begon ook met een valse noot: een bijna zege werd in de slotfase nog omgebogen door Drip 03. Mede door een rode kaart voor Matthew Van Dessel. Hoe hard is dat aangekomen?
“We leken wat uit het dal te komen en dat tegen een team dat ook een punt pakte tegen Koningshof. Het was niet het Rood-Wit van in het begin van het seizoen, maar we gingen wel voor de drie punten. Voor die wedstrijd had ik ook opties op de bank zitten dus ik kon hem eventueel wisselen om hem tegen zichzelf te beschermen. Hij heeft ruzie met een tegenstander en ik besloot hem te wisselen van flank. Hij werd rechtsachter en begon dan tegen de scheids te zagen. Ook al zeiden we meerdere keren dat hij daarmee moest stoppen, maar hij bleef doorgaan. Dat we die wedstrijd verliezen is louter aan hem. Zeker omdat we voor stonden en de wedstrijd pas in de slotfase werd omgebogen.”
Dat hij meerdere keren twee keer geel heeft genomen, is dat frustrerend?
“Het is zeer frustrerend dat hij zijn les niet wil leren. Je hebt al een aantal geblesseerden, zit met geschorsten door omstandigheden. Dan kom je net aan twaalf man en als er van die twaalf dan nog zo’n zaken doen, dan krijg je een elftal dat zich niet wil gedragen en loopt het op geen enkel vlak goed. Dan kom je nergens. Er moet maar één speler zijn die het verziekt voor al de rest. Of hij werd gesanctioneerd? We hebben hem een paar keer van op de bank laten starten, de voorzitter heeft er ook mee gepraat. Het liep uiteindelijk wel een paar weken beter, maar het bleef tegelijk ook terugkomen.”
Heb je daar gemerkt dat je de groep niet in de hand hebt?
“Dat zou ik niet zeggen want negentig procent van de jongens die speelden, luisterden. Ik moest maar iets vragen aan die gasten en ze deden het. Misschien niet met hun uiterste goesting, maar ze deden het wel. Dan is het niet de groep die je niet in de hand hebt, wel een speler. En die trekt de hele groep mee, want het is gemakkelijk om op te geven.”
Heeft de winterstop voor soelaas gezorgd?
“We zijn na de winterstop in hetzelfde bedje wakker geworden. Er was niets veranderd. Naar het einde van het seizoen toe was er iets meer samenhorigheid en meer positiviteit naar volgend seizoen toe, maar het Rood-Wit van het begin van het seizoen kwam er niet meer.”
Het duurde echter tot midden februari en de wedstrijd tegen Lexyss vooraleer we nog eens punten konden pakken. Dat zijn drie maanden zonder overwinning. Hoe moeilijk was het?
“De situatie was heel moeilijk. Op de duur ging je met valse hoop naar wedstrijden. Het mocht niet zijn. Als we op zaterdagavond veertien man hadden, stuurde ik de opstelling al door naar jou (de interviewer beheert ook de social media, red.) en lag alles voorbereid klaar. Het kan niet dat je dan in die nacht afbellers hebt, of die gewoon hun duimpje naar beneden zetten in de WhatsApp groep waarvan je dan de melding niet ziet of als je aan het rijden bent naar de wedstrijden toe. Na zoveel maanden hoop je dan dat er in één rit eens geen afbellers zijn (lacht).”
Heeft stoppen door je hoofd gespookt?
“(resoluut)Neen. Ik kan zagen, maar dan ging het over de mentaliteit. Ik heb in de interviews nooit aangegeven dat ik meteen zou stoppen. Ik heb wél gezegd dat ik aan het einde van het seizoen zou stoppen, dat ik het jaar ging uitdoen. Ik ben niet de persoon die stopt als het minder gaat, dat is het laatste wat de groep nodig had.”
“We leken wat uit het dal te komen en dat tegen een team dat ook een punt pakte tegen Koningshof. Het was niet het Rood-Wit van in het begin van het seizoen, maar we gingen wel voor de drie punten. Voor die wedstrijd had ik ook opties op de bank zitten dus ik kon hem eventueel wisselen om hem tegen zichzelf te beschermen. Hij heeft ruzie met een tegenstander en ik besloot hem te wisselen van flank. Hij werd rechtsachter en begon dan tegen de scheids te zagen. Ook al zeiden we meerdere keren dat hij daarmee moest stoppen, maar hij bleef doorgaan. Dat we die wedstrijd verliezen is louter aan hem. Zeker omdat we voor stonden en de wedstrijd pas in de slotfase werd omgebogen.”
Dat hij meerdere keren twee keer geel heeft genomen, is dat frustrerend?
“Het is zeer frustrerend dat hij zijn les niet wil leren. Je hebt al een aantal geblesseerden, zit met geschorsten door omstandigheden. Dan kom je net aan twaalf man en als er van die twaalf dan nog zo’n zaken doen, dan krijg je een elftal dat zich niet wil gedragen en loopt het op geen enkel vlak goed. Dan kom je nergens. Er moet maar één speler zijn die het verziekt voor al de rest. Of hij werd gesanctioneerd? We hebben hem een paar keer van op de bank laten starten, de voorzitter heeft er ook mee gepraat. Het liep uiteindelijk wel een paar weken beter, maar het bleef tegelijk ook terugkomen.”
Heb je daar gemerkt dat je de groep niet in de hand hebt?
“Dat zou ik niet zeggen want negentig procent van de jongens die speelden, luisterden. Ik moest maar iets vragen aan die gasten en ze deden het. Misschien niet met hun uiterste goesting, maar ze deden het wel. Dan is het niet de groep die je niet in de hand hebt, wel een speler. En die trekt de hele groep mee, want het is gemakkelijk om op te geven.”
Heeft de winterstop voor soelaas gezorgd?
“We zijn na de winterstop in hetzelfde bedje wakker geworden. Er was niets veranderd. Naar het einde van het seizoen toe was er iets meer samenhorigheid en meer positiviteit naar volgend seizoen toe, maar het Rood-Wit van het begin van het seizoen kwam er niet meer.”
Het duurde echter tot midden februari en de wedstrijd tegen Lexyss vooraleer we nog eens punten konden pakken. Dat zijn drie maanden zonder overwinning. Hoe moeilijk was het?
“De situatie was heel moeilijk. Op de duur ging je met valse hoop naar wedstrijden. Het mocht niet zijn. Als we op zaterdagavond veertien man hadden, stuurde ik de opstelling al door naar jou (de interviewer beheert ook de social media, red.) en lag alles voorbereid klaar. Het kan niet dat je dan in die nacht afbellers hebt, of die gewoon hun duimpje naar beneden zetten in de WhatsApp groep waarvan je dan de melding niet ziet of als je aan het rijden bent naar de wedstrijden toe. Na zoveel maanden hoop je dan dat er in één rit eens geen afbellers zijn (lacht).”
Heeft stoppen door je hoofd gespookt?
“(resoluut)Neen. Ik kan zagen, maar dan ging het over de mentaliteit. Ik heb in de interviews nooit aangegeven dat ik meteen zou stoppen. Ik heb wél gezegd dat ik aan het einde van het seizoen zou stoppen, dat ik het jaar ging uitdoen. Ik ben niet de persoon die stopt als het minder gaat, dat is het laatste wat de groep nodig had.”
In die reeks zei je ook dat je niet meer naar het klassement keek. Heeft dat de groep ook naar beneden gehaald?
“Ik denk dat niet. Vanaf het moment dat ik die woorden begon te gebruiken, begon ik ook anders te roteren en gunde iedereen zijn minuten. Soms haalde ik er spelers af die er normaal niet af gingen. Dan merk je wel dat de druk wegviel en we aan het wachten waren naar volgend seizoen. Door die woorden te gebruiken, lieten we toch weer mooi voetbal zien en wonnen we een paar wedstrijd. En ondanks de nederlagen was er veel minder gezeik.”
We pakten zelfs zes op zes, waardoor we toch met een beetje vertrouwen richting de leider trokken. Daar kregen we echter opnieuw een bolwassing (8-0). Van vijf punten achter naar vijftien punten voor. Hoe verklaar je zo’n terugval?
“We kenden veel tegenslag. Het is een downfall die niemand zag aankomen. We dachten dat we het konden verder brengen en bovenin blijven strijden. Niet dat we elke wedstrijd zouden winnen, maar dat onze dip niet zo lang zou duren.”
Lotfi verklaarde daar na de wedstrijd: “Het kan toch niet moeilijk zijn om u twee tot vier uur op te offeren voor het voetbal, als je je ergens voor engageert.” Hoe heb jij dat beleefd?
“Hij bedoelde daarmee dat spelers aanwezig moeten zijn op zondag. Grotendeels is het ook zo: vroeger wilde je voetballen en betaalden mama en papa daar veel geld voor. Nu is het hetzelfde, maar vergeten de spelers de liefde voor de sport. Voor hen is voetbal bijzaak. Gaat het goed, is iedereen er. Als het dan minder gaat, gaan ze liever feesten. Het kan dat je dingen te doen hebt, maar dan liggen je prioriteiten niet bij Rood-Wit. Het is een soort van discipline. En we hebben niet genoeg gedisciplineerde gasten. Als je dat niet hebt, dan ben je in mijn ogen een pussy (lacht).”
Die opmerking liet zich een paar weken later opnieuw voelen door een forfait tegen FC Balkan. Was het moeilijk om die beslissing van het bestuur te accepteren?
“Anders dan de eerste wedstrijd was deze wedstrijd geen statement. We waren met onvoldoende spelers en bovendien hadden we een situatie gecreëerd waarin we niet konden zeggen: ‘die, die en die spelen mee met de eerste ploeg.’ Dan gingen ze met een lang gezicht naar de reserven en dat wilden we niet.”
Als de eerste forfait niet was gegeven, was de tweede ook niet gegeven?
“(denkt lang na) Ik denk het wel, al kan je de twee situaties niet vergelijken. De eerste wedstrijd hadden we wel kunnen spelen met elf man en met de tweede wedstrijd waren we met elf of twaalf waarbij we naar de nummer twee moesten. Daarbij misten we de helft van onze basisploeg. Dan hadden we liever dit dan er te gaan spelen en meer geblesseerden te krijgen. Ergens was dit ook een statement.”
Uiteindelijk werd nog vier op zes gepakt, vooraleer we terug een beetje tegenstand kregen van FC Orly. Die legden er vervolgens zes in het mandje. Hoe komt het toch dat we door dat beetje tegenstand ploeg niet meer leken te kunnen voetballen?
“Ik vond dat een rare wedstrijd van ons. We hadden een goed elftal, waarbij Oussama terug kwam na blessure. Ook Nassim was er weer bij en je probeert een middenveld uit. Nassim is een doorbijter, maar het liep niet. We kwamen er wel een beetje door, maar geen negentig minuten lang. We waren misschien een kwartier goed, daarna konden we het niet meer belopen.”
Tegen FC Seja werd vlot gewonnen en ook de wedstrijd tegen Turkgucu werd een doelpuntenfestival. Ben je toch blij met de afsluiter die we als ploeg hebben gehad dit seizoen?
“Er zijn ergere tijden geweest. De laatste jaren op KFCO eindigden we bij de laatsten. Onder Marc streden we mee voor de top-vijf. Het was niet dramatisch tegenover het Rood-Wit van vroeger, wél tegenover de ploeg van de laatste jaren. Oké, we hadden dan meer opties. Die luxe hadden we dit jaar niet. Op zich is achtste op dertien niet ideaal, maar de kloof met de vierde was heel klein. Het kon erger en het kon beter, de goeie middenmoot kan eens gebeuren.”
Hoe blij was je met het laatste fluitsignaal op FC Turkgücü?
“Ik kon opgelucht adem halen. Ondanks het seizoen hebben we een nieuwe hoop kunnen creëeren op een nieuwe teamspirit. Als we allemaal ons best niet hadden gedaan, konden we met onze eerste ploeg bij de winterstop forfait geven voor de rest van de competitie. Of dat door het hoofd heeft gespookt? Misschien een momentje, maar we besloten om het niet te doen. De reden? Op de duur was het op. Spelers wilden geen antwoord geven. Meer dan een duim moet je niet zetten en dat vind ik onrespectvol. Je bent daar als coach heel hard mee bezig. Veel komt van de speler uit, maar zij moeten het ook bekijken van onze kant. Zij mochten spelen. Kenny zei het in december perfect: waar is het plezier om te voetballen. En dat is de essentie: plezier hebben. Daar kan je als coach ook voldoening uit halen, uw groep zien verbeteren en voetballen. Je zal me niet horen zeggen dat ik mijn zondagen heb opgeofferd, want dan breng je negativiteit en dat wilde ik niet.”
Was het moeilijkste ook niet dat je dicht bij de spelers stond?
“Het heeft me heel hard geïrriteerd. Ik ben voor de meesten een kameraad. Maar ik zou denken dat je dan extra je best zou doen. Mijn vader (Dirk Papanikitas en huidig voorzitter, red.) heeft mensen die naar hem opkijken en hij heeft ervaring als coach. Marc was ook een kameraad, weliswaar niet van mijn leeftijd, maar ik wilde daar wel mijn best vor doen. Dan hangt het af van waar je normen en waarden liggen.”
“Ik denk dat niet. Vanaf het moment dat ik die woorden begon te gebruiken, begon ik ook anders te roteren en gunde iedereen zijn minuten. Soms haalde ik er spelers af die er normaal niet af gingen. Dan merk je wel dat de druk wegviel en we aan het wachten waren naar volgend seizoen. Door die woorden te gebruiken, lieten we toch weer mooi voetbal zien en wonnen we een paar wedstrijd. En ondanks de nederlagen was er veel minder gezeik.”
We pakten zelfs zes op zes, waardoor we toch met een beetje vertrouwen richting de leider trokken. Daar kregen we echter opnieuw een bolwassing (8-0). Van vijf punten achter naar vijftien punten voor. Hoe verklaar je zo’n terugval?
“We kenden veel tegenslag. Het is een downfall die niemand zag aankomen. We dachten dat we het konden verder brengen en bovenin blijven strijden. Niet dat we elke wedstrijd zouden winnen, maar dat onze dip niet zo lang zou duren.”
Lotfi verklaarde daar na de wedstrijd: “Het kan toch niet moeilijk zijn om u twee tot vier uur op te offeren voor het voetbal, als je je ergens voor engageert.” Hoe heb jij dat beleefd?
“Hij bedoelde daarmee dat spelers aanwezig moeten zijn op zondag. Grotendeels is het ook zo: vroeger wilde je voetballen en betaalden mama en papa daar veel geld voor. Nu is het hetzelfde, maar vergeten de spelers de liefde voor de sport. Voor hen is voetbal bijzaak. Gaat het goed, is iedereen er. Als het dan minder gaat, gaan ze liever feesten. Het kan dat je dingen te doen hebt, maar dan liggen je prioriteiten niet bij Rood-Wit. Het is een soort van discipline. En we hebben niet genoeg gedisciplineerde gasten. Als je dat niet hebt, dan ben je in mijn ogen een pussy (lacht).”
Die opmerking liet zich een paar weken later opnieuw voelen door een forfait tegen FC Balkan. Was het moeilijk om die beslissing van het bestuur te accepteren?
“Anders dan de eerste wedstrijd was deze wedstrijd geen statement. We waren met onvoldoende spelers en bovendien hadden we een situatie gecreëerd waarin we niet konden zeggen: ‘die, die en die spelen mee met de eerste ploeg.’ Dan gingen ze met een lang gezicht naar de reserven en dat wilden we niet.”
Als de eerste forfait niet was gegeven, was de tweede ook niet gegeven?
“(denkt lang na) Ik denk het wel, al kan je de twee situaties niet vergelijken. De eerste wedstrijd hadden we wel kunnen spelen met elf man en met de tweede wedstrijd waren we met elf of twaalf waarbij we naar de nummer twee moesten. Daarbij misten we de helft van onze basisploeg. Dan hadden we liever dit dan er te gaan spelen en meer geblesseerden te krijgen. Ergens was dit ook een statement.”
Uiteindelijk werd nog vier op zes gepakt, vooraleer we terug een beetje tegenstand kregen van FC Orly. Die legden er vervolgens zes in het mandje. Hoe komt het toch dat we door dat beetje tegenstand ploeg niet meer leken te kunnen voetballen?
“Ik vond dat een rare wedstrijd van ons. We hadden een goed elftal, waarbij Oussama terug kwam na blessure. Ook Nassim was er weer bij en je probeert een middenveld uit. Nassim is een doorbijter, maar het liep niet. We kwamen er wel een beetje door, maar geen negentig minuten lang. We waren misschien een kwartier goed, daarna konden we het niet meer belopen.”
Tegen FC Seja werd vlot gewonnen en ook de wedstrijd tegen Turkgucu werd een doelpuntenfestival. Ben je toch blij met de afsluiter die we als ploeg hebben gehad dit seizoen?
“Er zijn ergere tijden geweest. De laatste jaren op KFCO eindigden we bij de laatsten. Onder Marc streden we mee voor de top-vijf. Het was niet dramatisch tegenover het Rood-Wit van vroeger, wél tegenover de ploeg van de laatste jaren. Oké, we hadden dan meer opties. Die luxe hadden we dit jaar niet. Op zich is achtste op dertien niet ideaal, maar de kloof met de vierde was heel klein. Het kon erger en het kon beter, de goeie middenmoot kan eens gebeuren.”
Hoe blij was je met het laatste fluitsignaal op FC Turkgücü?
“Ik kon opgelucht adem halen. Ondanks het seizoen hebben we een nieuwe hoop kunnen creëeren op een nieuwe teamspirit. Als we allemaal ons best niet hadden gedaan, konden we met onze eerste ploeg bij de winterstop forfait geven voor de rest van de competitie. Of dat door het hoofd heeft gespookt? Misschien een momentje, maar we besloten om het niet te doen. De reden? Op de duur was het op. Spelers wilden geen antwoord geven. Meer dan een duim moet je niet zetten en dat vind ik onrespectvol. Je bent daar als coach heel hard mee bezig. Veel komt van de speler uit, maar zij moeten het ook bekijken van onze kant. Zij mochten spelen. Kenny zei het in december perfect: waar is het plezier om te voetballen. En dat is de essentie: plezier hebben. Daar kan je als coach ook voldoening uit halen, uw groep zien verbeteren en voetballen. Je zal me niet horen zeggen dat ik mijn zondagen heb opgeofferd, want dan breng je negativiteit en dat wilde ik niet.”
Was het moeilijkste ook niet dat je dicht bij de spelers stond?
“Het heeft me heel hard geïrriteerd. Ik ben voor de meesten een kameraad. Maar ik zou denken dat je dan extra je best zou doen. Mijn vader (Dirk Papanikitas en huidig voorzitter, red.) heeft mensen die naar hem opkijken en hij heeft ervaring als coach. Marc was ook een kameraad, weliswaar niet van mijn leeftijd, maar ik wilde daar wel mijn best vor doen. Dan hangt het af van waar je normen en waarden liggen.”
Toekomst
Je hebt zelf meerdere keren aangegeven tijdens het seizoen dat je uitkijkt naar het einde. We zijn daar nu, hoe zie jij je rol binnen de club?
“Als een curryrol (lacht). Nee, dat is een mopje. Ik wilde de club van mijn hart niet achter laten. Normaal ging ik nog als supporter komen kijken en inspringen daar waar nodig was. Maar het is tijd voor verjonging, ook op posities waar wij niet aan denken. Dirk Papanikitas (voorzitter, red.) en Matthew Vermeir (secretaris, red.) doen vier taken onder hun twee. Dat is uitputtend, zeker met het seizoen zoals we dit jaar hadden. Onlangs is besloten dat ik voorzitter ga worden en Dirk wordt opnieuw coach. In safety First zouden ze zeggen: position switch (lacht). Hij heeft een voetbalhart, al heel zijn leven lang. Er is niemand beter om de jongens te begeleiden dan hijzelf. Ik denk dat de jongens dat ook nodig hebben. Ook in de bestuurskamer was er verjonging nodig want er kwam een bepaalde sleur in. Bij de feestjes zag je dat je ook volk moest schrapen. Ik ga dat niet alleen doen, ook de andere functies werden herverdeeld. Vroeger werden er veel ideeën aangereikt en werd er niets mee gedaan. Nu nemen we het zelf in handen.”
Zie je dat als een eretitel?
‘Ik hoorde van verschillende jongens dat ze mij wel als voorzitter zagen. Laatst stond ik onder de douche en bedacht me: voorzitter. Ik was de jongste speler die in de eerste ploeg kwam, de jongste Held van’t Veld, de jongste coach van de eerste ploeg en nu ook de jongste voorzitter.”
Wilde jij de nieuwe coach mee bepalen?
“Die vraag vervalt nu wel een beetje omdat het al beslist is. Maar we zoeken nog een tweede coach en ik zou het zalig vinden als Stephan Roelants mee als coach komt van de reserven. Ik blijf erbij dat we ons beste seizoen hebben gespeeld onder hem. We waren ontwaakt en eindigden met een promotie.”
Had het seizoen er anders uit gezien als Yentl was gebleven?
“(denkt lang na). Ik denk het wel. Hij is verbaal sterk en benoemd de slechte dingen. Dat werkte vorig seizoen en de spelers konden dat wel hebben. Maar evengoed zeiden diezelfde spelers ook ‘foert’. We konden elkaar helpen en ondersteunen.”
Heb je hem gemist?
“Ja toch wel. Het was de bedoeling dat we het met twee verder gingen doen. Je kan het je nu niet voorstellen hoe het was geweest met hem erbij, maar dan moest je het ook ondergaan. Qua voetbalinzicht had hij andere insteken kunnen hebben, waardoor het beter kon gaan.”
Je hebt vorig jaar aangegeven dat, wanneer je vierde wordt met de obstakels die er zijn geweest, een prestatie is en dat een titel ook kon. Wat is het verschil tussen de vierde plaats van vorig jaar en de achtste dit jaar?
“We speelden met quasi dezelfde kern, maar vorig jaar waren de obstakels dat we de ene week met elf waren, de andere week met veertien of vijftien. Dit seizoen was het een aanhoudend probleem en krijg je er niet makkelijk uit. Mogelijk speelden er enkele jongens met minder goesting.”
“Als een curryrol (lacht). Nee, dat is een mopje. Ik wilde de club van mijn hart niet achter laten. Normaal ging ik nog als supporter komen kijken en inspringen daar waar nodig was. Maar het is tijd voor verjonging, ook op posities waar wij niet aan denken. Dirk Papanikitas (voorzitter, red.) en Matthew Vermeir (secretaris, red.) doen vier taken onder hun twee. Dat is uitputtend, zeker met het seizoen zoals we dit jaar hadden. Onlangs is besloten dat ik voorzitter ga worden en Dirk wordt opnieuw coach. In safety First zouden ze zeggen: position switch (lacht). Hij heeft een voetbalhart, al heel zijn leven lang. Er is niemand beter om de jongens te begeleiden dan hijzelf. Ik denk dat de jongens dat ook nodig hebben. Ook in de bestuurskamer was er verjonging nodig want er kwam een bepaalde sleur in. Bij de feestjes zag je dat je ook volk moest schrapen. Ik ga dat niet alleen doen, ook de andere functies werden herverdeeld. Vroeger werden er veel ideeën aangereikt en werd er niets mee gedaan. Nu nemen we het zelf in handen.”
Zie je dat als een eretitel?
‘Ik hoorde van verschillende jongens dat ze mij wel als voorzitter zagen. Laatst stond ik onder de douche en bedacht me: voorzitter. Ik was de jongste speler die in de eerste ploeg kwam, de jongste Held van’t Veld, de jongste coach van de eerste ploeg en nu ook de jongste voorzitter.”
Wilde jij de nieuwe coach mee bepalen?
“Die vraag vervalt nu wel een beetje omdat het al beslist is. Maar we zoeken nog een tweede coach en ik zou het zalig vinden als Stephan Roelants mee als coach komt van de reserven. Ik blijf erbij dat we ons beste seizoen hebben gespeeld onder hem. We waren ontwaakt en eindigden met een promotie.”
Had het seizoen er anders uit gezien als Yentl was gebleven?
“(denkt lang na). Ik denk het wel. Hij is verbaal sterk en benoemd de slechte dingen. Dat werkte vorig seizoen en de spelers konden dat wel hebben. Maar evengoed zeiden diezelfde spelers ook ‘foert’. We konden elkaar helpen en ondersteunen.”
Heb je hem gemist?
“Ja toch wel. Het was de bedoeling dat we het met twee verder gingen doen. Je kan het je nu niet voorstellen hoe het was geweest met hem erbij, maar dan moest je het ook ondergaan. Qua voetbalinzicht had hij andere insteken kunnen hebben, waardoor het beter kon gaan.”
Je hebt vorig jaar aangegeven dat, wanneer je vierde wordt met de obstakels die er zijn geweest, een prestatie is en dat een titel ook kon. Wat is het verschil tussen de vierde plaats van vorig jaar en de achtste dit jaar?
“We speelden met quasi dezelfde kern, maar vorig jaar waren de obstakels dat we de ene week met elf waren, de andere week met veertien of vijftien. Dit seizoen was het een aanhoudend probleem en krijg je er niet makkelijk uit. Mogelijk speelden er enkele jongens met minder goesting.”
Wat moet er veranderen naar volgend seizoen toe?
“De coach verandert al (lacht). Hij moet proberen om van in het begin een groep te maken en spelers warm te maken om te willen voetballen. Misschien moet hij hameren op het voetbal in plaats van het resultaat. En zo moet hij zien dat hij een kern heeft van vijftien spelers die er elke week staan en willen voetballen.”
Is er zicht op versterkingen?
“Daar weet ik het fijne niet van. Er was zicht op versterkingen, maar die deal gaat niet door. Wellicht komt er vanuit de tweede ploeg wat door.”
Mag ik concluderen dat het seizoen om Marc te eren nog moet komen?
“Dat mag je zeker concluderen. Er is geen beter scenario dan dat dit gebeurt met Dirk. Het had zo moeten zijn. Marc gaat geëerd worden met hem aan het roer, hij is de ware opvolger van hem.”
Haal je jezelf hiermee niet onderuit?
“Ik heb mijn best gedaan, het is minder goed uitgedraaid. Met Yentl was het beter, het seizoen dat gaat komen, gaat het ook beter zijn. Is het toeval dat het nu zo was? Als iemand anders het beter kan doen, ga ik niet wantrouwig zijn. Dit was gewoon een kakseizoen, wie er ook aan het roer stond. Ik ben blij dat ik nog een jaar kon helpen, maar er komen betere jaren aan.”
Zouden we, FC Balkan gewijs, mee kunnen in tweede?
“(resoluut) Neen. Of we daar naartoe kunnen werken? Met een andere mentaliteit kunnen we daar wel naartoe werken. Je moet een volwaardige bank hebben. Met twee geblesseerden zit je in de penarie. Ik heb lang gedacht dat we mee kunnen in tweede, maar steevast tonen we dat we het niet kunnen volhouden.”
Dankjewel kersverse voorzitter voor het interview!
“De coach verandert al (lacht). Hij moet proberen om van in het begin een groep te maken en spelers warm te maken om te willen voetballen. Misschien moet hij hameren op het voetbal in plaats van het resultaat. En zo moet hij zien dat hij een kern heeft van vijftien spelers die er elke week staan en willen voetballen.”
Is er zicht op versterkingen?
“Daar weet ik het fijne niet van. Er was zicht op versterkingen, maar die deal gaat niet door. Wellicht komt er vanuit de tweede ploeg wat door.”
Mag ik concluderen dat het seizoen om Marc te eren nog moet komen?
“Dat mag je zeker concluderen. Er is geen beter scenario dan dat dit gebeurt met Dirk. Het had zo moeten zijn. Marc gaat geëerd worden met hem aan het roer, hij is de ware opvolger van hem.”
Haal je jezelf hiermee niet onderuit?
“Ik heb mijn best gedaan, het is minder goed uitgedraaid. Met Yentl was het beter, het seizoen dat gaat komen, gaat het ook beter zijn. Is het toeval dat het nu zo was? Als iemand anders het beter kan doen, ga ik niet wantrouwig zijn. Dit was gewoon een kakseizoen, wie er ook aan het roer stond. Ik ben blij dat ik nog een jaar kon helpen, maar er komen betere jaren aan.”
Zouden we, FC Balkan gewijs, mee kunnen in tweede?
“(resoluut) Neen. Of we daar naartoe kunnen werken? Met een andere mentaliteit kunnen we daar wel naartoe werken. Je moet een volwaardige bank hebben. Met twee geblesseerden zit je in de penarie. Ik heb lang gedacht dat we mee kunnen in tweede, maar steevast tonen we dat we het niet kunnen volhouden.”
Dankjewel kersverse voorzitter voor het interview!
KFC Rood-Wit verjongt haar bestuur
KFC Rood-Wit is verheugd om wat jong en vers bloed toe te voegen aan de bestuurskamer. De afgelopen jaren leunde de club op de sterke schouders van Voorzitter Dirk Papanikitas, Secretaris Matthew Vermeir, Schatbewaarster Saskia De Groof en Materiaalmeester Jean Torfs.
Echter gaven een aantal leden aan dat ze afstand wilden nemen van de taken. Er werd een oproep gelanceerd en zijn er oplossingen gekomen. Op 19 april, de dag van de algemene vergadering, werden de nieuwe functies besproken en gestemd. Het organigram ziet er een beetje anders uit.
Yannis Papanikitas neemt de fakkel over van Dirk Papanikitas en wordt de nieuwe voorzitter van de club. Matthew Vermeir blijft bij de club en verandert van functie: hij wordt de nieuwe schatbewaarder. De vrijgekomen Secretaris-functie wordt ingenomen door Bart Fredrickx. Materiaalmeester Jean Torfs zal vanaf het komende seizoen worden bijgestaan door Matthew Coorman. Door het stoppen van Yannis als coach, zal Dirk die taak weer op zich nemen. Voor de tweede ploeg zijn we nog on speaking terms met kandidaten. Mirco Moreels wordt ondervoorzitter.
Rood-Wit zal de komende jaren ook meer gaan inzetten op feestjes en rekent daarbij op Kenny Smets om het feestleven binnen de club nieuw leven in te blazen. Hou je dus vast aan een spaghettislag, een après-ski-party en de vaste waarde Held van't Veld.
Het nieuwe bestuur zal kunnen blijven rekenen op de expertise en ervaring van de andere pionnen. Ze treden in functie vanaf 1 mei 2025. We wensen hen veel succes.
Echter gaven een aantal leden aan dat ze afstand wilden nemen van de taken. Er werd een oproep gelanceerd en zijn er oplossingen gekomen. Op 19 april, de dag van de algemene vergadering, werden de nieuwe functies besproken en gestemd. Het organigram ziet er een beetje anders uit.
Yannis Papanikitas neemt de fakkel over van Dirk Papanikitas en wordt de nieuwe voorzitter van de club. Matthew Vermeir blijft bij de club en verandert van functie: hij wordt de nieuwe schatbewaarder. De vrijgekomen Secretaris-functie wordt ingenomen door Bart Fredrickx. Materiaalmeester Jean Torfs zal vanaf het komende seizoen worden bijgestaan door Matthew Coorman. Door het stoppen van Yannis als coach, zal Dirk die taak weer op zich nemen. Voor de tweede ploeg zijn we nog on speaking terms met kandidaten. Mirco Moreels wordt ondervoorzitter.
Rood-Wit zal de komende jaren ook meer gaan inzetten op feestjes en rekent daarbij op Kenny Smets om het feestleven binnen de club nieuw leven in te blazen. Hou je dus vast aan een spaghettislag, een après-ski-party en de vaste waarde Held van't Veld.
Het nieuwe bestuur zal kunnen blijven rekenen op de expertise en ervaring van de andere pionnen. Ze treden in functie vanaf 1 mei 2025. We wensen hen veel succes.